In de loop van dit voorjaar zijn een reeks “Planten van de Week”
besproken. Vaak gebeurde dit aan de hand van foto’s uit de
Botanische tuin en / of de Arcadische Tuin. Soms kon op een
later tijdstip nog een interessante foto worden gemaakt of was
er iets anders spectaculairs te zien. De zomerperiode lijkt een
geschikt moment voor een opruimactie, met telkens een korte
toelichting erbij. Soms letterlijk en figuurlijk om te smullen.
Gewone Salomonszegel
(aflevering 8 mei)
Aan de blauwgrijsgroene onderkant van het blad vreten de larven
(bastaardrupsen) van een speciale bladwesp (Phymatocera aterrima)
zich in juni gaten. Deze gaten lopen parallel met de bladnerven.
De nerven zijn niet smakelijk genoeg. Perfecte kleurcamouflage
bladkleur en larve van deze bladwesp.
Aspergehaantje(Crioceris
duodecimpunctata):
een keversoort die volledig gespecialiseerd is op
aspergeplanten. De larven vreten alle smalle blaadjes
weg; kale takjes resteren. Een prachtig rood kevertje
met twaalf zwarte stippen
(duodecim = 12; goed tellen!).
Dit kevertje loopt eind mei over de aspergeplanten, op
zoek naar plekjes om eieren af te zetten. Aspergebloemen
lijken erg op die van familielid Salomonszegel.
Aronskelk
(aflevering 15 mei)
Medio mei was het nog niet mogelijk om de bloem van de
Italiaanse aronskelk te laten zien. De bloei ervan begon
pas medio juni, terwijl Gevlekte aronskelk al medio
april zijn bloeiwijze liet zien. De Italiaanse heeft
geelwitte kolven; de Gevlekte paarsbruine. Op sommige
plekken in het bos worden de ‘trommelstokken’ van de
Gevlekte Aronskelk al zichtbaar. Over enkele weken zijn
de groene bessen fel oranjerood.
Zandhagedis
Op mooie zonnige dagen kan men het geluk hebben om een
zandhagedis te ontdekken op de rotspartijen van het
Alpinum. Lekker genieten van de warmte. Fel lichten de
smaragdgroene kleuren op. Voorzichtig…. anders kruipen
ze snel weg!
Insecten:
zomaar twee stuks, ergens in de Arcadische Tuin.
← Links de Rozenkever
(Phyllopertha horticola).
Rechts de fraaie →
Distelboktor (Agapanthia villosoviridescent)
Toorts:
rectificatie!
Meestal hebben bloemen evenveel meeldraden als
bloemblaadjes (of een veelvoud ervan). In de aflevering
van 29 juni stond dat Stalkaars en Koningskaars vijf
meeldraden hebben: 3 kort en behaard; 2 langere
exemplaren. Dit klopt! Maar op de foto ernaast stond een
of andere variëteit / ‘misvormde’ bloem: 6 bloemblaadjes
… en dus 6 meeldraden te zien. Hiernaast beide vormen!
Dagkoekoeksbloem:
Neerslachtig?
In de aflevering van 15 juni beschreef ik dat bloemen
van de Dagkoekoeksbloem éénslachtig zijn: af alleen
meeldraden of alleen een stamper + vruchtbeginsel. En
dat aan elke plant van de Dagkoekoeksbloem alleen maar
mannelijke óf alleen maar vrouwelijke bloemen zitten.
Tweehuizig heet dit.
Anders dan Dagkoekoeksbloem zijn de meeste bloemsoorten
tweeslachtig. Een soort met eenslachtige bloemen kan
éénhuizig zijn of tweehuizig; een soort met
tweeslachtige bloemen is natuurlijk altijd eenhuizig. Er
zijn plantensoorten die op elke plant bloemen hebben van
telkens één van de twee geslachten!
Menigeen vindt dit al wat te ingewikkeld. Nog lastiger
is het andere taalgebruik bij dieren en planten: denk
maar eens goed door over begrippen zoals “zaad” en
“vrucht”.
Vrouwelijke Dagkoekoeksbloem-planten dragen zaad. Dit
zaad zit opgeborgen in een soort vaasje. Eenmaal
voldoende rijp barst dit vaasje open en krult altijd met
precies tien slippen om. Dan zie je de kleine
paarsachtige zaadknikkertjes liggen. Klaar om verspreid
te worden door het bewegen van de plan in de wind.