Wespenorchis

 

6 juli

Orchideeën spreken tot ieders verbeelding. Speciaal als het hierbij gaat om de grote, kleurrijke exemplaren uit het zuidelijke halfrond. Onze inheemse soorten verdienen echter ook de nodige aandacht. Ze zijn weliswaar niet zo spectaculair als hun tropische soortgenoten maar toch ook even bijzonder. Van alle plantenfamilie kent die van de Orchideeën de meeste soorten. Méér dan 20.000 verschillende soorten. Een geweldig aantal, zeker wanneer men bedenkt dat de hele Nederlandse flora maar ongeveer min of meer 1500 inheemse soorten kent. Slechts ongeveer 30 hiervan zijn een orchideeënsoort. Om die te bekijken hoef je niet naar de tropen te gaan.

In de Botanische Tuin groeien in ieder geval drie soorten:Rietorchis, Gevlekte orchis en Breedbladige wespenorchis. Laatstgenoemde soort kan men – zonder veel moeite - vinden tussen de heidevegetatie in het noordelijke gedeelte van de tuin.
Breedbladige wespenorchis groeit vanuit een wortelstok omhoog. Deze wortelstokken kunnen een dicht netwerk vormen zodat - zoals in de heidetuin - een behoorlijk groot aantal exemplaren staan te bloeien. De ovaalronde bladeren staan keurig in een soort spiraal rondom de groene stengel. Vlak bij de grond zijn de stengels vaak een beetje bruinrood. Die stengels kunnen wel 60 tot 80 centimeter hoog worden. Aan het begin van het bloeiseizoen (juni) is de top van de bloemstengel naar beneden omgebogen. Deze strekt zich in de loop van enkel week. Ditzelfde beeld was in het vroege voorjaar ook te zien Salomonszegel (zie aflevering van 8 mei 2009). Elke bloemstengel draagt een groot aantal bloemen, soms vele tientallen. Die bloemen hangen allemaal naar één kant over. In geopende toestand zijn de afzonderlijke bloemen ongeveer 1 centimeter groot. Weinig opvallend gekleurd. Veel meer een subtiele combinatie van groen en bruinrode kleuren, met soms wat paarsachtig. Lang niet alle bloemstengels dragen bloemen. Het duurt gewoonlijk enkele jaren voordat een exemplaar gaat bloeien. Af en toe ziet de bloemstengel helemaal zwart van de bladluizen. Allerlei mieren kruipen daar ook nog eens overheen. De bloemknoppen leggen in die situatie vaak ook het loodje. Elke bloem zit tamelijk ingewikkeld in elkaar. De doorsnede maakt duidelijk dat er geen echte meeldraden zijn, maar klompjes stuifmeel. In de weinig opvallende lip zit een soort opvangbakje, vol met honing. Een groot aantal insecten komt hierop af. Bijen, hommels en allerlei vliegen doen zich te goed aan deze honing. Eigenlijk maken ze misbruik van dit honingaanbod, want ze stellen hier niets tegen over. Ze hebben geen functie bij de bevruchting. Alleen een zeer speciale soort de Plooivleugelwesp heeft hierbij een taak. Deze wespen zijn zo gebouwd dat zij de stuifmeelklompjes van de ene naar de andere bloem kunnen transporteren en zo voor de bevruchting zorg kunnen dragen.
Breedbladige wespenorchis stelt niet veel eisen aan de groeiomstandigheden. Droog of vochtig, zuur of vruchtbaarder: het maakt niet zoveel uit. Bij voorkeur wel op een licht beschaduwde plek en niet al te dicht begroeid. Van concurrentie houdt de soort niet echt. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw heeft de soort zich in Nederland sterk uitgebreid. Opvallend is bijvoorbeeld het aantal exemplaren dat in het Nijmeegs stadsdeel Dukenburg groeit. Niet alleen in de parken en bosstroken, maar ook tussen de sierheesters, rozen en langs gazonranden. Breedbladige wespenorchis merkt men daarom ook wel aan als een cultuurvolger.
 

Het lijkt wel of de bloemen van Breedbladige wespenorchis aan een bloemsteeltje hangen. Deze schijn bedriegt. Een bloemsteel ontbreekt namelijk. In werkelijkheid functioneert het vruchtbeginsel als een soort bloemsteeltje. Eenmaal afgerijpt barst de vruchtdoos open en komen duizenden minuscule zaadjes vrij. Niet veel groter dan 0,1 millimeter. Bijna stof. Zaad van orchideeën is het kleinste van allemaal. Dat van de kokospalm is het grootste. Qua volume passen in een kokosnoot wel 10 miljard orchideezaadjes. Dit zijn getallen die we alleen gewend zijn te horen wanneer in verband met de kredietcrisis een of andere bank moet worden gered. Uit elke kokosnoot groeit één kokospalm. Wanneer al die orchideezaadjes zouden ontkiemen, was onze aarde binnen de kortste tijd bedekt deze soort. Dit gebeurt echter niet. Een kokosnoot bevat een grote hoeveelheid reservestoffen zodat een net ontkiemd palmpje nog lange tijd hiervan kan profiteren. Orchideezaad bevat niets van dit alles. De enige eis die het stelt bij de ontkieming is een samenlevingsverband met een speciale schimmel. Deze schimmel komt echter zelden voor. Daarom blijft er alle reden om onze inheemse orchideeën op de Rode Lijst te laten staan.

 

Een iets spectaculairder familielid: Moeraswespenorchis

 


Bloemtros vol met bladluizen↑

Detail bloem Breedbladige Wespenorchis ↑

Tekening doorsnede bloem:
roodbruin: bakje met nectar
rechts: vruchtbeginsel

 
 

 

 

 

 

naar Plant v.d. week Archief