|
In 1989 noteerde Nico Dam, wetenschappelijk medewerker aan de
Radboud Universiteit, tijdens zijn lunchpauzes de
paddestoelensoorten die hij in de Botanische Tuin aantrof. Nico
is een bekend mycoloog of te wel paddestoelendeskundige. Hij
trof eind jaren ’80 105 verschillende soorten aan. Een
behoorlijk hoog aantal voor zo’n betrekkelijk klein oppervlak.
Hij had echter meer soorten verwacht, omdat de Botanische Tuin
een grote verscheidenheid aan groeiplaatsen herbergt, met
allerlei verschillende grondsoorten, al dan niet vol in de zon
dan wel in de schaduw. Het zou in de lijn van de verwachting
liggen dat nu, 20 jaar later, het aantal soorten is toegenomen.
De beplanting van de Botanische Tuin is immers ouder geworden en
het beheer is weer op peil. Zo blijft tegenwoordig op
verschillende plekken weloverwogen dood hout liggen, om
paddestoelen de mogelijkheid te bieden om zich hierop of hierin
te vestigen. De kans op toename is groot… maar milieu- en
klimaatomstandigheden zijn er de afgelopen 20 jaren niet bepaald
beter op geworden. In ieder geval zijn er andere soorten
bijgekomen. Dit jaar waren onder andere Anemonebekerzwam, Gewoon
vuurzwammetje, Gewone berkenboleet, Gewoon Eekhoorntjesbrood en
Gekraagde aardster te zien. Nieuw voor de Botanische Tuin. Deze
nieuwelingen kwamen ons gewoon voor de voeten; moeite kostte het
niet. Gelukkig maakte Nico Dam in 1989 op een kaartje waar hij
welke paddestoelensoort had gevonden. Het wordt eigenlijk tijd
om dit inventarisatieonderzoek van 20 jaar geleden eens te
herhalen. Welke deskundige vrijwilliger biedt zich hiervoor aan?
Paddestoelen herkennen en op naam brengen is meestal niet
eenvoudig. Zo komen er in onze streken veel meer soorten voor
dan bijvoorbeeld wilde planten. In Nederland beschouwt men
ongeveer 1300 plantensoorten als inheems, terwijl het aantal
paddestoelensoorten ruim 4700 bedraagt. Aangenomen wordt dat
niemand alle in Nederland voorkomende soorten goed kent.
Elke paddestoelensoort heeft zijn eigen specifieke kenmerken.
Het gaat te ver om deze verschillen hier te beschrijven…. als ik
dit al zou kunnen! Geen beginnen aan dus. Wel is het opmerkelijk
dat sommige paddestoelensoorten een nauwe band hebben met
bepaalde planten. De Anemonebekerzwam parasiteert bijvoorbeeld
alleen maar op (de wortels van) Bosanemoon. De Berkenzwam
verteert het hout van de berkenbomen. Deze paddestoelen leven
ten koste van de planten waarop ze groeien. Veel opmerkelijker
is de band waarbij paddestoel en plant profijt van elkaar
hebben: elkaar dus helpen. De Vliegenzwam komt men nagenoeg
alleen tegen in de buurt van berkenbomen. Dit geldt ook voor de
Berkenboleet. Eekhoorntjesbrood groeit meestal in de buurt van
eikenbomen. Waaruit bestaat die soortspecifieke samenwerking?
Vliegenzwam vormt een dicht schimmelweefsel om de teerste
wortels van Berk. Eekhoorntjesbrood doet ditzelfde bij de
worteltjes van Eik. De wortels van een boomsoort zoals Berk
hebben er moeite mee om uit zich zelf water op te nemen. Het
mycelium van Vliegenzwam assisteert hierbij; het fungeert als
een soort doorgeefluik van water in de richting van de
boomwortels. Als tegenprestatie leveren de boomwortels
voedingstoffen aan het paddestoelenmycelium. Deze samenwerking
tussen paddestoelen en boomwortels duidt men aan met de
wetenschappelijke term mycorrhiza (mycor = schimmel; rhiza =
wortel). Elke boomsoort heeft zo’n “samenwerkingsverband” met
een kenmerkend aantal paddestoelensoorten. Een jonge stadsboom
zal dus nooit goed gaan groeien wanneer deze in een bak met
steriel bomenzand wordt geplant. Toevoeging van schimmels is
noodzakelijk. Anderzijds is het eenvoudig te verklaren waarom
soms midden in een stad groepen Vliegenzwammen te zien zijn. Er
zullen dan altijd wel een of meer berken in de buurt van die
plek staan.
De Vliegenzwam is nu al een aantal keren genoemd. Wie kent de
“Rood-met-witte-stippen” niet? Hij is ons immers met de paplepel
ingegeven. Hoe fraai deze paddestoel er ook uit ziet: NIET ETEN;
GIFTIG! In onze streken wordt men na consumptie op zijn minst
hondsberoerd, dagenlang… zo niet erger. Maar een paar duizend
kilometer in oostelijke richting, bijvoorbeeld in Polen? Daar is
Vliegenzwam gewoon dagelijks voedsel, zoals de witte champignons
bij ons. De soort heeft zich aangepast; in die streken bevat de
soort nauwelijks giftige stoffen. Vervolgen we onze reis en gaan
we nog een paar duizend kilometer oostelijker, naar Siberië.
Daar is Vliegenzwam beslist geen volksvoedsel, maar men gaat er
ook niet aan dood. In die gebieden is chemische samenstelling
van Vliegenzwam door erfelijke ontwikkeling of misschien wel
door klimaatinvloed zo veranderd, dat consumptie leidt tot sterk
hallucinerende bijverschijnselen. De Sjamanen waren
grootgebruikers. In alle gevallen en waar ook ter wereld: een
advies om toch maar op te passen!
|
 |
|
 |
|
Gekraagde aardster ↑ |
 |
|
Gewoon vuurzwammetje↑ |
 |
|
Reuzenzwam↑ |
 |
|
↑
Jong Eekhoorntjesbrood |
 |
|
↑Zelfde exemplaar een paar dagen later |
 |
|
Parelstuifzwam |
|
naar Plant v.d.
week Archief |
|