door dhr Antoon Kuhlmann

Vliegenzwam

 

8 november

Jonge Vliegenzwam ↑
↓ Oudere Vliegenzwammen

Paddestoelen hebben van oudsher iets mysterieus, geheimzinnigs over zich. Waarschijnlijk hangt dit samen met de kans op giftigheid. Met verhalen over kabouters en bosgeesten. Met de grote verscheidenheid in vorm, afmeting en kleur. Maar ook met het plotseling massaal verschijnen, in zogenoemde heksenkringen. En zelfs misschien wel met psychedelische of andere geestverruimende eigenschappen. Paddestoelen worden gewoonlijk geassocieerd met de herfst. Niet onbegrijpelijk, want veel paddestoelen zijn vooral in het najaar te zien. Toch zijn er bijna het hele jaar door wel paddestoelen te ontdekken. De Botanische Tuin biedt hiertoe ruimschoots gelegenheid.

In 1989 noteerde Nico Dam, wetenschappelijk medewerker aan de Radboud Universiteit, tijdens zijn lunchpauzes de paddestoelensoorten die hij in de Botanische Tuin aantrof. Nico is een bekend mycoloog of te wel paddestoelendeskundige. Hij trof eind jaren ’80 105 verschillende soorten aan. Een behoorlijk hoog aantal voor zo’n betrekkelijk klein oppervlak. Hij had echter meer soorten verwacht, omdat de Botanische Tuin een grote verscheidenheid aan groeiplaatsen herbergt, met allerlei verschillende grondsoorten, al dan niet vol in de zon dan wel in de schaduw. Het zou in de lijn van de verwachting liggen dat nu, 20 jaar later, het aantal soorten is toegenomen. De beplanting van de Botanische Tuin is immers ouder geworden en het beheer is weer op peil. Zo blijft tegenwoordig op verschillende plekken weloverwogen dood hout liggen, om paddestoelen de mogelijkheid te bieden om zich hierop of hierin te vestigen. De kans op toename is groot… maar milieu- en klimaatomstandigheden zijn er de afgelopen 20 jaren niet bepaald beter op geworden. In ieder geval zijn er andere soorten bijgekomen. Dit jaar waren onder andere Anemonebekerzwam, Gewoon vuurzwammetje, Gewone berkenboleet, Gewoon Eekhoorntjesbrood en Gekraagde aardster te zien. Nieuw voor de Botanische Tuin. Deze nieuwelingen kwamen ons gewoon voor de voeten; moeite kostte het niet. Gelukkig maakte Nico Dam in 1989 op een kaartje waar hij welke paddestoelensoort had gevonden. Het wordt eigenlijk tijd om dit inventarisatieonderzoek van 20 jaar geleden eens te herhalen. Welke deskundige vrijwilliger biedt zich hiervoor aan?

Paddestoelen herkennen en op naam brengen is meestal niet eenvoudig. Zo komen er in onze streken veel meer soorten voor dan bijvoorbeeld wilde planten. In Nederland beschouwt men ongeveer 1300 plantensoorten als inheems, terwijl het aantal paddestoelensoorten ruim 4700 bedraagt. Aangenomen wordt dat niemand alle in Nederland voorkomende soorten goed kent.

Elke paddestoelensoort heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Het gaat te ver om deze verschillen hier te beschrijven…. als ik dit al zou kunnen! Geen beginnen aan dus. Wel is het opmerkelijk dat sommige paddestoelensoorten een nauwe band hebben met bepaalde planten. De Anemonebekerzwam parasiteert bijvoorbeeld alleen maar op (de wortels van) Bosanemoon. De Berkenzwam verteert het hout van de berkenbomen. Deze paddestoelen leven ten koste van de planten waarop ze groeien. Veel opmerkelijker is de band waarbij paddestoel en plant profijt van elkaar hebben: elkaar dus helpen. De Vliegenzwam komt men nagenoeg alleen tegen in de buurt van berkenbomen. Dit geldt ook voor de Berkenboleet. Eekhoorntjesbrood groeit meestal in de buurt van eikenbomen. Waaruit bestaat die soortspecifieke samenwerking? Vliegenzwam vormt een dicht schimmelweefsel om de teerste wortels van Berk. Eekhoorntjesbrood doet ditzelfde bij de worteltjes van Eik. De wortels van een boomsoort zoals Berk hebben er moeite mee om uit zich zelf water op te nemen. Het mycelium van Vliegenzwam assisteert hierbij; het fungeert als een soort doorgeefluik van water in de richting van de boomwortels. Als tegenprestatie leveren de boomwortels voedingstoffen aan het paddestoelenmycelium. Deze samenwerking tussen paddestoelen en boomwortels duidt men aan met de wetenschappelijke term mycorrhiza (mycor = schimmel; rhiza = wortel). Elke boomsoort heeft zo’n “samenwerkingsverband” met een kenmerkend aantal paddestoelensoorten. Een jonge stadsboom zal dus nooit goed gaan groeien wanneer deze in een bak met steriel bomenzand wordt geplant. Toevoeging van schimmels is noodzakelijk. Anderzijds is het eenvoudig te verklaren waarom soms midden in een stad groepen Vliegenzwammen te zien zijn. Er zullen dan altijd wel een of meer berken in de buurt van die plek staan.
De Vliegenzwam is nu al een aantal keren genoemd. Wie kent de “Rood-met-witte-stippen” niet? Hij is ons immers met de paplepel ingegeven. Hoe fraai deze paddestoel er ook uit ziet: NIET ETEN; GIFTIG! In onze streken wordt men na consumptie op zijn minst hondsberoerd, dagenlang… zo niet erger. Maar een paar duizend kilometer in oostelijke richting, bijvoorbeeld in Polen? Daar is Vliegenzwam gewoon dagelijks voedsel, zoals de witte champignons bij ons. De soort heeft zich aangepast; in die streken bevat de soort nauwelijks giftige stoffen. Vervolgen we onze reis en gaan we nog een paar duizend kilometer oostelijker, naar Siberië. Daar is Vliegenzwam beslist geen volksvoedsel, maar men gaat er ook niet aan dood. In die gebieden is chemische samenstelling van Vliegenzwam door erfelijke ontwikkeling of misschien wel door klimaatinvloed zo veranderd, dat consumptie leidt tot sterk hallucinerende bijverschijnselen. De Sjamanen waren grootgebruikers. In alle gevallen en waar ook ter wereld: een advies om toch maar op te passen!





 


Gekraagde aardster

Gewoon vuurzwammetje↑

Reuzenzwam↑

↑ Jong Eekhoorntjesbrood

↑Zelfde exemplaar een  paar dagen later

Parelstuifzwam

naar Plant v.d. week Archief