door dhr Antoon Kuhlmann

Veenmos

 

31 januari

Midden in de Botanische Tuin ligt het grote moeras, kunstmatig aangelegd eind jaren ’70. Destijds groef men een groot gat. plastic folie op de bodem en daarna opgevuld met verschillende grondsoorten. Via een knuppelpad kunnen bezoekers het moeras droogvoets doorkruisen. Tal van plantensoorten kan men er ontdekken, varierend van heel normale tot bijzondere, zoals Grote boterbloem en Rietorchis.

Mensen krijgen bij het woord ‘moeras’ vaak angstwekkende associaties. Met veen en veenmos. Griezelig en gevaarlijk. Mist en vocht. Dwaallichten en boze geesten. Witte wieven en veenlijken. Hoogveen en laagveen. Hoogeveen in Drenthe en de Hautes Fagnes in de Ardennen. In de Botanische Tuin valt dit allemaal wel mee. Alhoewel… sinds kort hebben we ons eigen veenlijk! Midden in het veenmos ontdekten we onlangs het kadaver van een vos. Gestorven in alle eenzaamheid, met een inmiddels wit gebleekte schedel en ribbenkast. Zo’n vondst onderstreept nog eens het belang van de Botanische Tuin voor de ecologische hoofdstructuur van Nijmegen. Uit het buitengebied kunnen tal van wilde planten en dieren diep in het stedelijke netwerk binnendringen. Deze vos zal zich in Park Brakkenstein en op de campus van de Radbouduniversiteit thuis hebben gevoeld. Op konijnenjacht of achter een fazant aan; opruimer van weggegooide etenswaren.

Het moerasgedeelte van de Botanische Tuin zit vol veenmos. De grijsgroene mosbulten bollen op tussen het riet. Zacht verend en volgezogen met vocht. Bij de aanleg schijnen maar liefst zeven verschillende veenmossoorten aangevoerd te zijn, vanuit verschillende natuurgebieden in Europa. Het is niet precies te zeggen hoeveel soorten er op dit moment nog zijn. Er bestaan namelijk meer dan 100 verschillende veenmossoorten waarbij de onderlinge verschillen ook nog eens erg klein zijn. Specialistenwerk, waarbij gebruik van een microscoop dikwijls onvermijdelijk is. Tijdens een ‘speurtocht’ is het niet zo lastig om enkele verschillen te ontdekken. Bijvoorbeeld qua kleur of in vorm van de blaadjes. Dit wil echter niet zeggen dat ook de juiste benaming te vinden is. Ik volsta daarom maar met de algemene aanduiding veenmos. Verdere details laat ik graag aan mosspecialisten (bryologen) over. Zij wisten in het najaar 2009 in ieder geval vier verschillende veenmossoorten in de Botanische Tuin op naam te brengen: Sphagnum denticulatum, S. fimbriatum, S.imbricatum en S. squarosum. Het is maar dat u het weet.
Evenals varens en paardenstaarten worden bladmossen, levermossen en veenmossen gerekend tot de groep primitieve planten. Veenmossen bezitten bijvoorbeeld geen vatenstelsel voor vocht- en voedseltransport. Ook hebben ze geen wortels. Wel kunnen veenmossen geweldige hoeveelheden water opslaan. Er zijn cijfers bekend dat dit soms wel 25 keer hun eigen gewicht is. Veenmosbulten kunnen dan ook gemakkelijk de vergelijking doorstaan met een spons die boordevol gezogen is met water. Veenmos-cellen moeten – hoe primitief ze dan ook zijn - wel behoorlijk sterk zijn. Ze houden immers een flinke waterkolom vast boven het omringende grondwaterniveau.

De onderkant van Veenmos (Sphagnum) sterft voortdurend af. De planten groeien aan de bovenkant door. Permanent naar boven. Het gewicht van het opgezogen water drukt zwaar op de afgestorven plantendelen. Hierbij ontstaat een zuurstofarm milieu; het begin van het proces van veenvorming. Dit resulteert na verloop van (veel) tijd in hoogveen. Zoals vroeger geleerd, vindt het proces van hoogveenvorming niet onder water plaats. Hierbij is slechts sprake van invloed van zeer voedselarm hemelwater. Laagveenvorming verloopt anders, want daarbij hopen afgestorven plantendelen zich op onder de grondwaterspiegel. Grondwater is meestal voedselrijker dan hemelwater.
Van Veenmos is bekend dat het antiseptische eigenschappen bezit. Lange tijd gebruikte men Veenmos als ontstekingsremmer. Toen men in huis nog geen waterleiding bezat, had men de gewoonte om een pluk veenmos in de waterput te hangen. Dit zogenoemde ‘putmos’ was bedoeld om het putwater zuiver te houden, geschikt om te drinken.

Het meest tot de verbeelding spreekt natuurlijk de ontdekking van tal van veenlijken uit lang vervlogen tijden. Men heeft altijd aangenomen dat deze stoffelijke overschotten zo lang intact konden blijven omdat ze door het samengedrukte veenmos volledig afgesloten waren van zuurstof. Het ontbindingsproces kon daardoor niet beginnen. Tegenwoordig erkent men dat deze veenlijken ook zo lang in goede staat bleven vanwege de antiseptische eigenschappen van veenmos. De omstandigheden zouden er zo steriel zijn dat schimmels en bacteriën niet tot ontwikkeling konden komen. Men heeft onlangs ontdekt dat een zeer specifiek stofje in veenmoscellen, namelijk Sphagnan, de hoofdverantwoordelijk is voor blokkering van het afbraakproces van organisch materiaal.
Overigens, voor de goede orde: het geraamte van onze veenvos is ondertussen geruimd. Misschien wordt het nog eens tentoongesteld.

 

 
 
 

Sporenkapsel Veenmos

 
 

naar Plant v.d. week Archief