door dhr Antoon Kuhlmann

 

 

Moeraswolfsmelk

 

 

 

22 november

Langs de beek in de Botanische tuin staat een plantensoort die steeds meer opvalt naarmate de herfst voortschrijdt. Moeraswolfsmelk. Een vaste plant waarvan de bovengrondse delen ’s winters afsterven. In het voorjaar erna groeien deze planten weer snel uit, tot soms wel manshoog. Ze lijken dan net op wilgenstruiken. Dit wordt nog eens extra in de hand gewerkt doordat het smalle, langwerpige blad van Moeraswolfsmelk sprekend lijkt op het smalle blad van sommige wilgensoorten. De bovenkant van de bladeren van Moeraswolfsmelk is donkergroen van kleur; de onderkant is een beetje blauwgroen. Dit blad zit in spiralen rond de dikke, holle stengels. Het groeiseizoen van deze vaste plant duurt gewoon te kort om die dikke stengels ook nog eens massief op te vullen. Dit zou te veel tijd én energie vragen. De stengels zijn daarom niets anders dan een holle buis, met alle sterke én zwakke eigenschappen die bij een holle buis horen. In de herfst verkleuren de stengels als eerste rood. Het groene chlorofyl wordt afgebroken en de rode kleuren (caroteen) worden nu zichtbaar. Later in de herfst verkleuren ook de bladeren met prachtig donkerrode tinten. Tot diep in de winter blijven deze kleuren bewaard, afgewisseld met geel en oranje. In het begin van de winter vormen de twee Moeraswolfsmelk-“struiken” langs de beek een opvallend kleurelement in Botanische Tuin. Een welkome afwisseling omdat de weersomstandigheden er al snel toe bijdragen dat alles in de Botanische Tuin grauw en doods wordt. Het is grappig om te ontdekken hoe de holle stengels van Moeraswolfsmelk zich gedragen. ’s Zomers steken deze takken schuin naar boven. In de herfst en winter buigen deze takstengels steeds meer naar binnen. Het geheel gaat er uitzien als een soort ronde vaas. Het lijkt er bijna op alsof deze takken doelbewust naar het midden toe ombuigen om zo een soort beschermende constructie te vormen voor het hart van de plant. Misschien om te voorkomen dat bijvoorbeeld sneeuw binnenin terecht komt.

Moeraswolfsmelk groeit bij voorkeur langs waterkanten en in rietmoerassen. In de uiterwaarden langs de grote rivieren en in de Biesbosch kan men deze soort nog regelmatig aantreffen. Toch is het een zeldzaam voorkomende soort, die terecht op de Rode Lijst staat. De bloeiperiode valt in mei – juni. Aan het uiteinde van de hoge stengels verschijnen dan schermen die bestaan uit een groot aantal groengele bloempjes. Althans ze lijken wat op bloemen maar zijn het in feite niet. De afzonderlijk vrouwelijke en mannelijke bloemen zijn namelijk eerst sterk gereduceerd en daarna weer tot een soort eenheid vergroeid. De wetenschappelijke benaming hiervan (cynthium = sun antium = bloemen samen) kan u het beste maar gewoon vergeten. De helder geelgroene blaadjes wekken de indruk dat ze de eigenlijke bloemblaadjes zijn. Schijn bedriegt. Die blaadjes maken geen onderdeel uit van de bloemen. Het zijn enigszins vervormde en gekleurde stengelbladeren. Ditzelfde verschijnsel valt extreem op bij een soortgenoot van de Moeraswolfsmelk, de Kerstster. De overbekende kamerplant met (meestal) dieprode bladeren. Ook deze felgekleurde bladeren zijn er slechts voor de schijn. De eigenlijke bloemen zijn klein, geelachtig van kleur en zitten midden in het centrum.

De wetenschappelijke naam van Moeraswolfsmelk luidt Euphorbia palustris. Het Latijnse palustris wil zeggen ‘moeras’. Het Griekse Euphorbia wordt op twee verschillende manieren verklaard. De eerste zou willen zeggen ‘goed kruid’ (‘eu’= goed). De tweede verklaring verwijst naar de geneesheer Euphorbus (schoonzoon van Cleopatra) die ongeveer 50 jaar voor Chr de goede eigenschappen van wolfsmelkachtigen ontdekt zou hebben. Vóór die tijd waren slechts de onaangename kanten van deze plantenfamilie bekend.
De Euphorbia-familie is met 7000 verschillende soorten een van de grootste van het plantenrijk. Ze komen overal op de wereld voor. De variatie binnen deze familie is groot: voedsel (cassave), grondstof (olie, rubber), van dodelijk gif tot prima medicijn, kamerplanten (kerstster, Christusdoorn). Het melksap uit de stengels van Moeraswolfsmelk irriteert de huid. Toch wordt het regelmatig gebruikt als een huismiddeltje om wratten te bestrijden. Voorzichtigheid is echter geboden; een dergelijke behandeling kan namelijk leiden tot slecht helende huidontstekingen. Verspreid over de Botanische tuin groeien verschillende vertegenwoordigers van de Wolfsmelkfamilie zoals Bosbingelkruid, Tuinbingelkruid, Tuinwolfsmelk, Kruisbladwolfsmelk, Cipreswolfsmelk, Kroontjeskruid, Amandelwolfsmelk en Heksenmelk. Sommige soorten zijn eenjarig. Anderen zoals Cipreswolfsmelk zijn vaste planten. Alleen Kruisbladwolfsmelk is tweejarig. In het eerste jaar zijn de smalle, kruislings geplaatste en groengrijze bladeren overduidelijk zichtbaar; in het tweede jaar verschijnen de bloeiwijzen. Planten van Cipreswolfsmelk zijn over het algemeen eenvoudig te herkennen. De bebladerde stengels zonder bloeiwijzen lijken sterk op een jong dennen- of sparreboompje.
De vorm- en kleurverandering van Moeraswolfsmelk tijdens de verschillende seizoenen inspireert fotografen. Dit bleek uit de foto’s die onlangs ingezonden werden ter gelegenheid van de viering van het 40-jarig bestaan van de Botanische Tuin. Op indrukwekkende wijze legden onder andere Herman van Soest en Ank van Rens. Overigens: in het Huyghensgebouw van de Radbouduniversiteit (Heijendaalseweg 135) is op dit moment nog de fotoserie tentoongesteld die fotograaf Joop Snijder in de Botanische en Arcadische Tuin maakte. Op twintig grote canvasdoeken legde hij de seizoenen in beide tuinen vast. U kunt hiervan nog tot 13 december a.s. binnenshuis genieten!

 

↑Moeraswolfsmelk in november

Moeraswolfsmelk in oktober↑

Moeraswolfsmelk: augustus

Moeraswolfsmelk in bloei
(foto: Ank van Rens)

↑Winterbeeld Moeraswolfsmelk in de Botanische Tuin
(foto: Ank van Rens)

Detail 'schijnbloem' Moeraswolfsmelk met halve-maan vormige Honingklieren

Bladvorm Moeraswolfsmelk doet aan Wilg denken

Kruisblad-wolfsmelk met kruiselings geplaatste blaadjes

Cipreswolfsmelk:
plant lijkt op een jong denneboompje

 

naar Plant v.d. week Archief