|
Dit keer aandacht voor de Moerascypres (wetenschappelijke
naam Taxodium distichum). Het is een naaldboom, die in zijn
oorspronkelijke groeigebied, wel 30 tot 45 meter hoog kan
worden. Hier in Nederland houdt het met 20 meter echt wel zo’n
beetje op. Tot op hoge leeftijd blijven de bomen een strak
kegelvormig uiterlijk houden. De soort hoort thuis in het
Zuidoosten van de Verenigde Staten, met een voorkeur voor de
moerasgebieden van Florida, de Everglades.
Moerascypres is een naaldboom, maar wel een naaldhoutsoort die
bij de nadering van de winter haar naalden laat vallen. De
meeste naaldhoutsoorten blijven ook in de winter groen; slechts
enkele soorten laten hun naalden vallen. Lariks is wel de
bekendste soort die dit doet, maar ook Moerascypres. In de
winterperiode staat de boom er kaal bij. Vroeg in het voorjaar
kleuren de bomen lichtgroen van de jonge naalden. In de
zomerperiode staan ze felgroen te schitteren op een tweetal
plekken, langs de moerasrand midden in de Botanische Tuin. In
het najaar dragen deze moerascypressen nog eens extra bij aan
het kleurenfestival. Het lichte groen van de naalden verandert
eerst in oranje, daarna volgt geel, soms vlammend rood of
reebruin. Deze kleurenpracht mag men beschouwen als enige
compensatie voor de weinig opvallende manier waarop de boomsoort
bloeit. De kogelronde en slechts 2 tot 3 cm grote kegeltjes
vallen namelijk nauwelijks op. De kegeltjes hebben slechts korte
steeltjes.
Naast de prachtige herfsttinten bezit Moerascypres nog een
nadere opvallende eigenschap. Boomwortels hebben een bepaalde
hoeveelheid zuurstof in de grond nodig om te kunnen voortbestaan.
Wordt dit zuurstofpercentage te laag, dan sterven wortels af.
Daarom groeien wortels dikwijls ook niet dieper dan 1,20 – 1,50
meter. De grondwaterstand vormt voor de meeste soorten de
grenslijn. Moerascypres heeft zich uiterst effectief aangepast
aan de moerassige omstandigheden van de Everglades. Om te kunnen
voorzien in zijn behoefte aan zuurstof tijdens perioden met
hoogwater vormen de boom knie- of ademwortels. Dit zijn
knoestige uitgroeiingen van het normale wortelstelsel. Deze
kniewortels steken boven het maaiveld uit en hebben wel wat weg
van termietenheuveltjes. Ze zijn echter gewoon van hout! Via
deze kniewortels wordt zuurstof in de richting van het
ondergrondse wortelstel gevoerd. Dit verschijnsel is ook in de
Botanische Tuin duidelijk zichtbaar. Er loopt een bizarre band
met kniewortels, precies op de grenslijn tussen het droge land
en met moerasgebied. De ruimte tussen deze kniewortels is
natuurlijk een eldorado voor kikkers, padden, salamanders en –
met hoge waterstanden – een prima paaiplaats voor vissen.
De zachtgroene naalden staan ingeplant op een dun, groen takje.
Takje en naalden lijken wel wat op een vogelveer. Dit takje, ook
wel het kortlot genoemd, valt in de herfst in zijn geheel af.
Deze eigenschap maakt Moerascypres ook geschikt als stadsboom. Ze
is bestand tegen het stadsklimaat; haar zuurstofbehoefte is iets
lager dan veel andere boomsoorten en de met roet en andere
bestanddelen vervuilde naalden vallen elk jaar naar beneden om
in het voorjaar erna weer met frisse moed uit te lopen.
Moerascypres heeft een grijs- tot roodbruine schors. Soms
schilfert die schors een beetje af. Het hout is goed bestand
tegen rotting en blijkt zeer bruikbaar voor vochtige
omstandigheden zoals paalhout, vlonders, dakbedekking en in de
scheepsbouw.
Vlak bij de Botanische Tuin, in de noordhoek van Park
Brakkenstein, ligt een gebied waar in het midden van de vorige
eeuw allerlei naaldsoorten zijn geplant. Daar staat ook een
Watercypres (Metasequoia glyptostroboides). Deze boomsoort lijkt
op twee druppels water op de Moerascypres. Beide hebben een
strakke kegelvorm. Beide soorten laten hun naalden vallen. Maar
wat zijn dan de verschillen? De Watercypres is inheems in
Centraal China. Lange tijd dacht men dat de soort uitgestorven
was. Pas in 1948 is zij weer herontdekt. Watercypres vormt geen
kniewortels. De stam is op oudere leeftijd diep gegroefd. De
herfstkleuren van de Watercypres zijn wat minder uitbundig dan
die van Moerascypres. Watercypres heeft kegeltjes die aan het
uiteinde van een 3 tot 5 centimeter lang, gebogen steeltje
hangen; deze steeltjes zijn bij Moerascypres maar 0,5 tot 1,5 cm
lang. Meestal staan de kegeltjes (of is het beter om over kogels
te spreken?) van Moerascypres in een groepje bij elkaar. Een van
de bomen in de Botanische Tuin draagt op dit moment deze
kegels/kogels.
Het meest opvallende verschil zijn de naalden. Bij Watercypres
staan de kortloten precies tegen over elkaar, in een regelmatig
patroon. Ook de naalden staan nauwkeurig tegenover elkaar op
deze kortloten. Bij Moerascypres staan de kortloten niet in één
plat vlak en enigszins verspreid, dus niet precies tegen over
elkaar maar wat slordig en bossig. Dit geldt ook voor de
afzonderlijke naalden op het kortlot. Zoek de verschillen! Het
is de moeite waard om die te ontdekken. Al moet uit daarvoor wel
een paar stappen doen buiten de Botanische Tuin.
|
 |
 |
|
Ongesteelde kegeltjes Moerascypres |
Gesteelde kegeltjes Watercypres |
Naar Plant
v.d week Archief
|
 |
|
Winterbeeld Moerascypres |
 |
|
Zomerbeeld Moerascypres |
 |
|
Kortlot
met naalden |
 |
|
Kniewortels in de
Botanische Tuin |
 |
|
|
Verschillen Moeras- ↔ Watercypres |
 |
 |
|
|
"Bossigheid"
Moerascypres |
"Regelmaat" Watercypres |
|
|
|
|