door dhr Antoon Kuhlmann

 

 

 

Moerascypres

18 oktober

De meeste planten zijn zo langzamerhand uitgebloeid. Het is volop herfst; de natuur bereidt zich voor op de winter. Blad begint al op de grond te vallen. Dit jaarlijks terugkerende verschijnsel gaat gewoonlijk gepaard met schitterende kleuren. Daarom biedt dit seizoen wat meer gelegenheid om aandacht te besteden aan bijvoorbeeld paddestoelen, heesters en bomen.

Herfstbeeld Moerascypres

Dit keer aandacht voor de Moerascypres (wetenschappelijke naam Taxodium distichum). Het is een naaldboom, die in zijn oorspronkelijke groeigebied, wel 30 tot 45 meter hoog kan worden. Hier in Nederland houdt het met 20 meter echt wel zo’n beetje op. Tot op hoge leeftijd blijven de bomen een strak kegelvormig uiterlijk houden. De soort hoort thuis in het Zuidoosten van de Verenigde Staten, met een voorkeur voor de moerasgebieden van Florida, de Everglades.
Moerascypres is een naaldboom, maar wel een naaldhoutsoort die bij de nadering van de winter haar naalden laat vallen. De meeste naaldhoutsoorten blijven ook in de winter groen; slechts enkele soorten laten hun naalden vallen. Lariks is wel de bekendste soort die dit doet, maar ook Moerascypres. In de winterperiode staat de boom er kaal bij. Vroeg in het voorjaar kleuren de bomen lichtgroen van de jonge naalden. In de zomerperiode staan ze felgroen te schitteren op een tweetal plekken, langs de moerasrand midden in de Botanische Tuin. In het najaar dragen deze moerascypressen nog eens extra bij aan het kleurenfestival. Het lichte groen van de naalden verandert eerst in oranje, daarna volgt geel, soms vlammend rood of reebruin. Deze kleurenpracht mag men beschouwen als enige compensatie voor de weinig opvallende manier waarop de boomsoort bloeit. De kogelronde en slechts 2 tot 3 cm grote kegeltjes vallen namelijk nauwelijks op. De kegeltjes hebben slechts korte steeltjes.
Naast de prachtige herfsttinten bezit Moerascypres nog een nadere opvallende eigenschap. Boomwortels hebben een bepaalde hoeveelheid zuurstof in de grond nodig om te kunnen voortbestaan. Wordt dit zuurstofpercentage te laag, dan sterven wortels af. Daarom groeien wortels dikwijls ook niet dieper dan 1,20 – 1,50 meter. De grondwaterstand vormt voor de meeste soorten de grenslijn. Moerascypres heeft zich uiterst effectief aangepast aan de moerassige omstandigheden van de Everglades. Om te kunnen voorzien in zijn behoefte aan zuurstof tijdens perioden met hoogwater vormen de boom knie- of ademwortels. Dit zijn knoestige uitgroeiingen van het normale wortelstelsel. Deze kniewortels steken boven het maaiveld uit en hebben wel wat weg van termietenheuveltjes. Ze zijn echter gewoon van hout! Via deze kniewortels wordt zuurstof in de richting van het ondergrondse wortelstel gevoerd. Dit verschijnsel is ook in de Botanische Tuin duidelijk zichtbaar. Er loopt een bizarre band met kniewortels, precies op de grenslijn tussen het droge land en met moerasgebied. De ruimte tussen deze kniewortels is natuurlijk een eldorado voor kikkers, padden, salamanders en – met hoge waterstanden – een prima paaiplaats voor vissen.
De zachtgroene naalden staan ingeplant op een dun, groen takje. Takje en naalden lijken wel wat op een vogelveer. Dit takje, ook wel het kortlot genoemd, valt in de herfst in zijn geheel af. Deze eigenschap maakt Moerascypres ook geschikt als stadsboom. Ze is bestand tegen het stadsklimaat; haar zuurstofbehoefte is iets lager dan veel andere boomsoorten en de met roet en andere bestanddelen vervuilde naalden vallen elk jaar naar beneden om in het voorjaar erna weer met frisse moed uit te lopen.
Moerascypres heeft een grijs- tot roodbruine schors. Soms schilfert die schors een beetje af. Het hout is goed bestand tegen rotting en blijkt zeer bruikbaar voor vochtige omstandigheden zoals paalhout, vlonders, dakbedekking en in de scheepsbouw.
Vlak bij de Botanische Tuin, in de noordhoek van Park Brakkenstein, ligt een gebied waar in het midden van de vorige eeuw allerlei naaldsoorten zijn geplant. Daar staat ook een Watercypres (Metasequoia glyptostroboides). Deze boomsoort lijkt op twee druppels water op de Moerascypres. Beide hebben een strakke kegelvorm. Beide soorten laten hun naalden vallen. Maar wat zijn dan de verschillen? De Watercypres is inheems in Centraal China. Lange tijd dacht men dat de soort uitgestorven was. Pas in 1948 is zij weer herontdekt. Watercypres vormt geen kniewortels. De stam is op oudere leeftijd diep gegroefd. De herfstkleuren van de Watercypres zijn wat minder uitbundig dan die van Moerascypres. Watercypres heeft kegeltjes die aan het uiteinde van een 3 tot 5 centimeter lang, gebogen steeltje hangen; deze steeltjes zijn bij Moerascypres maar 0,5 tot 1,5 cm lang. Meestal staan de kegeltjes (of is het beter om over kogels te spreken?) van Moerascypres in een groepje bij elkaar. Een van de bomen in de Botanische Tuin draagt op dit moment deze kegels/kogels.
Het meest opvallende verschil zijn de naalden. Bij Watercypres staan de kortloten precies tegen over elkaar, in een regelmatig patroon. Ook de naalden staan nauwkeurig tegenover elkaar op deze kortloten. Bij Moerascypres staan de kortloten niet in één plat vlak en enigszins verspreid, dus niet precies tegen over elkaar maar wat slordig en bossig. Dit geldt ook voor de afzonderlijke naalden op het kortlot. Zoek de verschillen! Het is de moeite waard om die te ontdekken. Al moet uit daarvoor wel een paar stappen doen buiten de Botanische Tuin.
 

Ongesteelde kegeltjes Moerascypres

Gesteelde kegeltjes Watercypres

 

 

Naar Plant v.d week Archief

Winterbeeld Moerascypres

Zomerbeeld Moerascypres

Kortlot met naalden

Kniewortels in de Botanische Tuin

 

Verschillen Moeras- ↔ Watercypres

 

"Bossigheid" Moerascypres

"Regelmaat" Watercypres