door dhr Antoon Kuhlmann

Mansoor

 

10 januari

Zo midden in de winter valt er in de Botanische Tuin niet zo erg veel te zien van de soortenrijkdom. Deze is er wel degelijk, maar veel verstopt zich u eventjes ondergronds. Soms onttrekt een laagje sneeuw het zicht op de soorten die normaliter ’s winters toch te zien zijn. Maar ook sneeuw ligt er tijdelijk; het smelt immers voor de zon. Mansoor is een van die weinige, wintergroene soorten. Het is een laagblijvend plantje, zo’n 10 tot 15 centimeter hoog, met glanzend, donkergroene bladeren. De een omschrijft de bladvorm als niervormig. Andere personen wijzen er op dat dit blad op een treffende manier lijkt op een mensenoor. Beide kwalificaties voldoen. Toch bleek de laatste overeenkomst voldoende doorslaggevend om de soort in het Nederlandse taalgebied aan te duiden als ‘mansoor’. Het gebeurt overigens wel vaker dat plantennamen verwijzen naar bepaalde lichaamsdelen. Bijvoorbeeld: ezelsoor, muizenoor, varkensoor, judasoor of lamsoor.
De bladvorm heeft wel wat weg van die van de Cyclaam, maar het blad daarvan is meer driehoekig, licht gekarteld terwijl de bovenkant ervan altijd grijsachtig gemarmerd is. De mansoren lijken wat slordig verstrooid plat op de grond te liggen. Eigenlijk zijn het steeds twee bladeren, die paarsgewijs aan een kort stengeltje zitten. In de oksel van deze twee bladstengels verschijnt de bloem. Niet meer dan één. De platte bloemknop wordt al in het najaar gevormd en wacht onbeschermd tot de bloeitijd in het voorjaar erna. De donkerpaarsbruine, bekervormige bloemetjes zijn niet groter dan circa 1 centimeter. Men kan ze lastig ontdekken, want de kleur valt nauwelijks op en ze zitten volledig verscholen onder het blad.
Mansoor komt in onze streken van oorsprong niet voor. De soort is hier ingevoerd vanuit Centraal en Zuid Europa. Hij heeft een voorkeur voor een kalkrijke, beschaduwde en tevens vochtige groeiplaats. Op dit soort plekken in de Botanische Tuin is Mansoor dan ook te vinden.
Mansoor bezit enkele bijzonder eigenschappen. Ten eerste is gemalen mansoor wortel prima als verfstof voor linnen en wol te gebruiken. Deze stoffen zouden prachtig appelgroen gekleurd worden. Onduidelijk blijft wel hoeveel wortels van dit kleine plantje nodig zijn om een enigszins acceptabel kleureffect te krijgen. Het zal toch niet de bedoeling zijn om hiervoor een complete onderbegroeiing te rooien. Zowel blad als de dunne, gedraaide wortelstok ruiken en smaken uitgesproken naar peper. Zo erg zelfs dat mensen er vaak misselijk van worden. Vanwege deze eigenschap wordt mansoorblad- en wortel gebruikt voor medicinale doeleinden: als braakmiddel. Hierdoor blijkt het een prima middel om dronkenschap tegen te gaan. Vanwege de peperachtige smaak en geur werd de gedroogde wortelstok ook wel gemalen en vervolgens toepast als niespoeder.
Een heel oud recept draagt de naam “Poeder van de heilige engel”. Deze benaming vormde al genoeg reden om te speuren naar achtergrondinformatie. Veel verder ben ik echter niet gekomen. Het blijkt namelijk een geheim geneesmiddel te zijn. Het is echter volstrekt onduidelijk tegen welke ziekte of aandoening het helpt. Wel is achterhaald dat heksen in de omgeving van Parijs vroeger dit “poeder van de heilige engel” maakten. Ze gebruikten hiervoor 500 gram Mansoorwortel, 12 gram Betonie, 4 gram IJzerhard …. en 4 gram gedroogde padden. Op het eerste gezicht een weinig appetijtelijke combinatie. Voldoende reden om met enige belangstelling op zoek te gaan naar dit kleine plantje, maar het daarbij ook wel te laten. De donkergroene mensenoren zullen u zeker ’s winters niet ontgaan. Alhoewel: toch maar even wachten totdat de sneeuw verdwenen is.

naar Plant v.d. week Archief

 

Bladeren gelijkend op oorschelp ↑

Nauwelijks opvallend bloemetje ↑

Bloemknoppen in de herfst ↑

Mansoor op Alpinum ↑