door dhr Antoon Kuhlmann

Kruidvlier

 

20 september


 

Het begint al goed herfst te worden. De natuur past zich aan aan dit jaargetijde. Geen vrolijke witte of blauwe kleuren, maar meer somber gestemde tinten zoals rood, oranje en bruin. Geen groei, maar verval. Zwaarmoedigheid klinkt wat vaker door. Vallende bladeren, bessen, noten, paddestoelen. Mist en motregen. Ondanks dit alles, biedt ook de herfst genoeg stof voor de “plant van de week”.
In Nederland zijn drie vliersoorten inheems: de Bergvlier, de Gewone vlier en de Kruidvlier. De eerste twee vliersoorten zijn houtige struiken, die enkele meters hoog kunnen worden. Kruidvlier is een vaste plant, dus geen struik. Ze wordt niet hoger dan

1 tot 1 ½ meter. De bovengrondse delen van Kruidvlier sterven in het najaar volledig af;de plant loopt in het volgende voorjaar opnieuw vanuit de wortels uit. Alle drie vliersoorten hebben witte bloemschermen. Bergvlier bloeit als eerste, namelijk vroeg in het voorjaar en krijgt nadien rode, giftige bessen. Gewone vlier bloeit laat in het voorjaar. De zwartblauwe bessen van Gewone vlier vormen voor menigeen een lekkernij. Men bereidt er jam, vruchtensap of soms zelfs wijn van. Kruidvlier bloeit als laatste van de drie; de bloemen verschijnen eerst als het volop zomer is, in juli en augustus. Alles van de Kruidvlier is uitgesproken giftig. Dit geldt voor het blad, de stengels én de zwarte bessen. Braken en diarree zijn nog de minst erge gevolgen van consumptie. Niets van eten dus. Ook grazend vee is zo verstandig; het slaat Kruidvlier netjes over.
Kruidvlier vormt een onvertakte en onverhoute, groengekleurde stengel. Deze stengel is gevuld met wit merg, de zogenoemde vlierpit. De groene stengel verschiet in het najaar van kleur en wordt warm bruidrood. Door de groeven lijken de stengels dan wel een beetje op bladstelen van rabarber. De bladeren van Kruidvlier staan steeds twee aan twee tegenover elkaar. Deze bladparen verspringen van onder naar boven telkens met een hoek van 90 graden; kruiselings dus. Elk blad bestaat uit een groot aantal langwerpige deelblaadjes. Dit (oneven) aantal varieert tussen de 7 en 11. Veel meer dus als bij Gewone vlier; deze soort heeft nooit meer dan 3 deelblaadjes. Kruidvlier bloeit met schermen vol ivoorwitte bloemetjes. De bloemschermen ruiken naar bittere amandelen. Deze typische geur vormt al een waarschuwing op zich: “pas op, niet eten!” Van de bloemetjes zijn vooral de vijf meeldraden met 10 paarsrode helmhokken duidelijk opvallend.
Kruidvlier staat als zeer zeldzame soort op de Rode Lijst. De soort is in aantal de laatste jaren ook nog eens erg sterk achteruitgegaan. Vlak bij de holleweg in de Botanische Tuin gedijen een paar exemplaren prima. De berm van de kolk aan de Kerkdijk in Ooij is nog een van de rijkste vindplaatsen in ons land. Daar staat het in het najaar letterlijk zwart van de Kruidvlier.
In vroegere tijden maakte men fluiten uit de takken van een vlierstruik. Heel voorzichtig werd met een mesje de zachte vlierpit weg gepeuterd. Uiteindelijk bleef dan een holle pijp over welke vervolgens zuiver op toon werd gestemd. De wetenschappelijke naam van Vlier luidt Sambucus. Het Griekse woord sambuke (σαμβυκη) betekent fluit. Ook in het Engels benaming van Vlier komt dit muziekinstrument terug: Pipe-tree. En wat van onze eigen taal te denken? Wij duiden we met het begrip ‘flierefluiter’ aan dat iemand niet bepaald veel uitvoert en het er maar wat van neemt. Het is een eeuwenoud (maar ook al lang vergeten) gebruik om iemand een takje van een vlierstruik in de handen te drukken. Daarin zit de boodschap verborgen om voortaan maar eens wat energieker te werk te gaan.
Van oudsher werden allerlei mysterieuze eigenschappen toegedicht aan vlierstruiken. Dit hing vooral samen met de grillige vorm van de struiken en met de geneeskrachtige eigenschappen van de Gewone vlier. In de overgangsperiode naar het christendom probeerden de geestelijke leiders van toen heidense gewoonten tegen te gaan. Eeuwenoude Wodanseiken werden bijvoorbeeld eensklaps omgedoopt in Maria-eiken. Ook probeerde men bomen, struiken of planten met ‘afgodelijke kracht’ in een kwaad daglicht te stellen. Dit gebeurde ook met de Vlier. Het verhaal werd verspreid dat de apostel Judas zich op Goedevrijdag opgehangen zou hebben in een vlierstruik. Voordat hij deze wanhoopsdaad beging, zou hij eerst nog zijn oor hebben afgesneden.
Dit oor is tot op de dag van vandaag in de herfst en de winter nog steeds te zien aan de takken van oudere vlierstruiken. Een roodbruine paddenstoel, sterk gelijkend op een oorschelp, plat tegen het takhout aan. Alleen op Vlier, nooit op andere boomsoorten. De naam van deze paddenstoelensoort duidt zelfs op deze overlevering: Judasoor. Ondanks de nagestreefde ongunstige reputatie heeft men in vroegere tijden één aspect over het hoofd gezien: Judasoor is een goed eetbare en zelfs smakelijke paddestoel. Ook dit draagt er toe bij dat gedurende het gehele jaar met de vlier veel plezier valt te beleven.

Kruidvlier aan de Kerkdijk Ooij

Judasoor: paddestoel op Vlier


Bessen Kruidvlier

Roodverkleuring stengel Kruidvlier

Blad Kruidvlier: 7 – 11 deelblaadjes

Opvallend paarsrode helmhokjes

 

 
 

naar Plant v.d. week Archief