door dhr Antoon Kuhlmann

Knotsgek:

Paddestoelen zonder hoed

 

15 november

Over paddestoelen is nog lang niet alles verteld! Daarvoor verschillen soorten te veel van elkaar. Soms zijn die verschillen ook nog eens erg lastig te onderscheiden. Daarbij is dikwijls speciale apparatuur nodig zoals een microscoop, een binoculair of chemische stoffen om bijvoorbeeld kenmerkende kleurreacties van het paddestoelweefsel te veroorzaken. Specialistenwerk dus. Menig “amateur” wordt hiervan knettergek (excuses voor deze tegenwoordig populaire parafrase), raakt ontmoedigd en haakt af. Als kleine tegemoetkoming een knotsgekke ervaring.
In de vorige aflevering was te lezen dat de bekende mycoloog Nico Dam in 1989 noteerde welke paddestoelensoorten hij allemaal aantrof tijdens zijn lunchpauzewandelingen in de Botanische Tuin aantrof. Het resultaat was een lijst met 105 soorten. Er is inmiddels voldoende aanleiding om te veronderstellen dat dit aantal nu - twintig jaar later – behoorlijk is toegenomen.

Zo noteerden we op een donderdagmorgen, midden november 2009 weer een aanvulling op het lijstje met soorten die ‘nieuw’ zijn voor de Botanische Tuin: Witte kluifzwam, Plooivoetstuifzwam, Klein oorzwammetje, Dwergwieltje, Schubbige boschampignon, Stekeltrilzwam, Paarse korstzwam, Spekzwoerdzwam, Witte bultzwam, Korsthoutkoolzwam, Pijpknotszwam en Draadknotszwam. Zo maar weer twaalf nieuwe soorten erbij, zonder daar al te veel moeite te hoeven doen.

De naamgeving van de Knotszwammen is al veelzeggend. De vertegenwoordigers van deze groep zien er uit zoals ze worden genoemd. Ze hebben een uiterst eenvoudige bouw. Ze bestaan slechts uit een soort holle buis. Soms zijn die “buizen” vertakt. Het zijn dus paddestoelen zonder een hoedje! Evenals bij de meeste paddestoelen met een hoedje verschijnen de sporen van knotszwammen ook aan de buitenwand van het paddestoellichaam. Zodra deze sporen rijp zijn, worden ze met een soort krachtexplosie de ruimte ingeschoten.

Pijpknotszwammen verrassen elke paddestoelliefhebber elke keer weer. In eerste instantie zijn deze exemplaren lastig te ontdekken. Ze hebben dezelfde kleuren als van afgevallen blad en zijn vaak erg dun en klein. Door hun kleur en vorm ziet men ze gemakkelijk over het hoofd. Als men het geluk heeft om ze toch op te merken dan blijken er in de omgeving plotseling veel meer exemplaren te staan. Vaak tientallen tegelijk. Het dus best de moeite waard om hiervoor eens door de knieën te gaan.
Hoe ziet Pijpknotszwam er uit? Een lang, kaarsrecht omhoog gericht buisje. Soms wel 25 cm hoog. Nagenoeg rolrond, maar meestal niet dikker dan 5 mm. Egaal okerbruin van kleur, als van een zeem. Alleen vlak bij de grond wat meer donkerbruin en daar ook een klein beetje viltig behaard. Het kostte wat moeite om de vorm van Pijpknotszwammen met iets anders te vergelijken: met een rubberen slangetje voor een fietsventiel. Pijpknotszwammen hechten zich op afgevallen takjes van loofhout zoals berk en beuk, maar ook aan de bladeren ervan. Door hun kleur vallen ze in november nauwelijks op tussen al het afgevallen blad op de bosgrond. Ontdekking is dan eigenlijk meer een kwestie van toeval. Eenmaal ontdekt, blijven ze door hun vorm en afmeting iedereen verbazen.
De Draadknotszwam is een stuk kleiner. Deze paddestoel wordt normaliter niet hoger dan 5 centimeter. De buisjes zijn meestal niet dikker dan 2 millimeter, soms slechts 1 millimeter. Wit of lichtgeel van kleur. Ze kleuren na verloop van tijd echter steeds donkerder. Ook deze soort hecht zich met kleine worteltjes aan afgevallen takjes en bladeren.

Geweizwam en Dodemansvingers zijn ook in de Botanische Tuin te vinden. Deze zwartgekleurde soorten behoren tot de groep van de Houtknotszwammen. Ze  leven op dood hout en zijn dan ook niet zo “rubberachtig” van uiterlijk en struktuur.
Zowel de Pijpknotszwam als de Draadknotszwam groeien in het bosgedeelte, tussen het afgevallen blad. Slechts een paar weken per jaar! Eigenlijk vormen beide soorten een prima indicatie voor de kwaliteit van de Botanische Tuin. Deze knotszwammen zijn namelijk uitgesproken opruimers. Afwezigheid (bijvoorbeeld als gevolg van slechte leef- en milieuomstandigheden) zou er namelijk toe leiden dat dood organisch materiaal zoals hout en blad niet meer wordt omgezet in stoffen die ten goede kunnen komen van planten en bomen. Beide soorten zorgen voor vertering met als resultaat dat de laag afgevallen blad niet te dik wordt. Omdat in de bosgedeelten van de Botanische Tuin een groot aantal verschillende boomsoorten staan, met ieder een andere bladvorm, grootte en dikte, vormt het afgevallen blad geen dichte op elkaar gepakte en alles verstikkende laag. De omstandigheden in de Botanische Tuin blijken uitgesproken gunstig voor een rijke aanwezigheid van deze knotsgekke zwammen.

 

 

 

 

 

 

 

naar Plant v.d. week Archief

↑Pijpknotszwam in de Botanische Tuin↓

↑Draadknotszwam in de
Botanische Tuin↓

Viltige basis van de Pijpknotszwam

Viltige basis van de Draadknotszwam

Geweizwam (houtknotszwam)

Dodemansvingers (houknotszwam)