|
Zo noteerden we op een donderdagmorgen, midden november 2009
weer een aanvulling op het lijstje met soorten die ‘nieuw’
zijn voor de Botanische Tuin: Witte kluifzwam,
Plooivoetstuifzwam, Klein oorzwammetje, Dwergwieltje,
Schubbige boschampignon, Stekeltrilzwam, Paarse korstzwam,
Spekzwoerdzwam, Witte bultzwam, Korsthoutkoolzwam,
Pijpknotszwam en Draadknotszwam. Zo maar weer twaalf nieuwe
soorten erbij, zonder daar al te veel moeite te hoeven doen.
De naamgeving van de Knotszwammen is al veelzeggend. De
vertegenwoordigers van deze groep zien er uit zoals ze
worden genoemd. Ze hebben een uiterst eenvoudige bouw. Ze
bestaan slechts uit een soort holle buis. Soms zijn die
“buizen” vertakt. Het zijn dus paddestoelen zonder een
hoedje! Evenals bij de meeste paddestoelen met een hoedje
verschijnen de sporen van knotszwammen ook aan de buitenwand
van het paddestoellichaam. Zodra deze sporen rijp zijn,
worden ze met een soort krachtexplosie de ruimte
ingeschoten.
Pijpknotszwammen verrassen elke paddestoelliefhebber elke
keer weer. In eerste instantie zijn deze exemplaren lastig
te ontdekken. Ze hebben dezelfde kleuren als van afgevallen
blad en zijn vaak erg dun en klein. Door hun kleur en vorm
ziet men ze gemakkelijk over het hoofd. Als men het geluk
heeft om ze toch op te merken dan blijken er in de omgeving
plotseling veel meer exemplaren te staan. Vaak tientallen
tegelijk. Het dus best de moeite waard om hiervoor eens door
de knieën te gaan.
Hoe ziet Pijpknotszwam er uit? Een lang, kaarsrecht omhoog
gericht buisje. Soms wel 25 cm hoog. Nagenoeg rolrond, maar
meestal niet dikker dan 5 mm. Egaal okerbruin van kleur, als
van een zeem. Alleen vlak bij de grond wat meer donkerbruin
en daar ook een klein beetje viltig behaard. Het kostte wat
moeite om de vorm van Pijpknotszwammen met iets anders te
vergelijken: met een rubberen slangetje voor een
fietsventiel. Pijpknotszwammen hechten zich op afgevallen
takjes van loofhout zoals berk en beuk, maar ook aan de
bladeren ervan. Door hun kleur vallen ze in november
nauwelijks op tussen al het afgevallen blad op de bosgrond.
Ontdekking is dan eigenlijk meer een kwestie van toeval.
Eenmaal ontdekt, blijven ze door hun vorm en afmeting
iedereen verbazen.
De Draadknotszwam is een stuk kleiner. Deze paddestoel wordt
normaliter niet hoger dan 5 centimeter. De buisjes zijn
meestal niet dikker dan 2 millimeter, soms slechts 1
millimeter. Wit of lichtgeel van kleur. Ze kleuren na
verloop van tijd echter steeds donkerder. Ook deze soort
hecht zich met kleine worteltjes aan afgevallen takjes en
bladeren.
Geweizwam en Dodemansvingers zijn ook in de Botanische Tuin
te vinden. Deze zwartgekleurde soorten behoren tot de groep
van de Houtknotszwammen. Ze leven op dood hout en zijn
dan ook niet zo “rubberachtig” van uiterlijk en struktuur.
Zowel de Pijpknotszwam als de Draadknotszwam groeien in het
bosgedeelte, tussen het afgevallen blad. Slechts een paar
weken per jaar! Eigenlijk vormen beide soorten een prima
indicatie voor de kwaliteit van de Botanische Tuin. Deze
knotszwammen zijn namelijk uitgesproken opruimers.
Afwezigheid (bijvoorbeeld als gevolg van slechte leef- en
milieuomstandigheden) zou er namelijk toe leiden dat dood
organisch materiaal zoals hout en blad niet meer wordt
omgezet in stoffen die ten goede kunnen komen van planten en
bomen. Beide soorten zorgen voor vertering met als resultaat
dat de laag afgevallen blad niet te dik wordt. Omdat in de
bosgedeelten van de Botanische Tuin een groot aantal
verschillende boomsoorten staan, met ieder een andere
bladvorm, grootte en dikte, vormt het afgevallen blad geen
dichte op elkaar gepakte en alles verstikkende laag. De
omstandigheden in de Botanische Tuin blijken uitgesproken
gunstig voor een rijke aanwezigheid van deze knotsgekke
zwammen.
naar Plant v.d.
week Archief |
|
↑Pijpknotszwam
in de Botanische Tuin↓ |
 |
 |
|
↑Draadknotszwam
in de
Botanische Tuin↓ |
 |
 |
 |
|
Viltige basis van de Pijpknotszwam |
Viltige basis van de
Draadknotszwam |
 |
|
Geweizwam (houtknotszwam) |
 |
|
Dodemansvingers (houknotszwam) |
|