|
mee dat dit de enige bloeiende soort is in hartje winter. In
deze periode trekt een Kerstroos alle aandacht naar zich toe.
Zelfs op de donkerste dagen van december wijst een bloeiende
Kerstroos erop dat de lente in aantocht is. Het kan niet lang
meer duren. Moed en vertrouwen; licht en hoop. Wie heeft geen
glimlach bij het ontdekken van een bloeiende Kerstroos in zijn
tuin?
De wetenschappelijke naam van Kerstroos luidt Helleborus niger.
De voorste benaming is een samenvoeging van twee Griekse
woorden: hellein (doden) en bora (voedsel). Dodelijk voedsel
dus! Het Latijnse woord niger slaat op de zwarte kleur van de
wortels. Kerstroos (Helleborus niger) bloeit met opvallend
grote, witte bloemen. De planten worden niet hoger dan 20 – 30
centimeter. Tijdens mijn wandelingen door de Botanische Tuin heb
ik deze soort niet aangetroffen. Wel andere leden van hetzelfde
geslacht. Zoals paarsgroen bloeiende Helloborus orientalis (orientalis
= oosters) in de Arcadische tuin en Helloborus foetidus
(Stinkend nieskruid; foetidus = stinkend) op het Alpinum en bij
de Holleweg.
Het geslacht Helleborus maakt deel uit van de Ranonkelfamilie.
Beter bekende soorten zijn bijvoorbeeld Boterbloem, Speenkruid
of Bosanemoon. Allemaal soorten die ook vroeg in het voorjaar
beginnen te bloeien. Zoals van veel leden van de Ranonkelfamilie
lijken de Helleborus-bloem op een klein schoteltje, met middenin
een groep gele of witte meeldraden. De bloemen van Stinkend
Nieskruid zien er echter net iets anders uit. Hun
bloemdekbladeren vormen als het ware een bolrond, groengeel
vaasje waarvan de bovenrand met een paarsrood randje is
versierd. De bloemen hangen in grote trossen naar beneden. De
jonge, lichtgroene en dicht bebladerde bloemstengels zijn aan
het eind van de herfst al duidelijk zichtbaar. Net boven de
grond bevinden zich een aantal donkergroene, waaiervormige en
diep ingesneden basisbladeren.
Helleborus-soorten komen van nature niet in Nederland voor. Het
zijn immigranten, aangevoerd vanuit Centraal en Zuid(west)
Europa. De klimatologische omstandigheden hier komen niet echt
overeen met hun wensen. Ze hebben een voorkeur voor een
kalkrijke, vochtige, schaduwrijke en goed ontwaterde
groeiplaats. Ze behoren dus eigenlijk niet tot onze inheemse
flora. Af en toe treft men in de vrije natuur nog wel eens een
exemplaar aan. Meestal is er dan sprake van verwilderde planten,
in het verleden soms bewust aangeplant met het oog op hun
medicinale eigenschappen. (Oosterse) Kerstroos is een typische
tuinplant. Stinkend nieskruid en Wrangwortel (Helloborus viridis)
voelen zich in Zuid Limburg en in de buurt van Nijmegen nog wel
enigszins thuis.
Stinkend nieskruid maakt zijn naam niet bepaald waar; men moet
echt zijn best doen om iets onaangenaams ruiken. Alle delen van
de plant zijn giftig, maar niet voor alle levende wezens. Muizen
en slakken vreten de planten bijvoorbeeld graag aan. Konijnen
echter hebben er een uitgesproken hekel aan. En de mens? Voor
hen is de plant écht zwaar giftig. Verstikking, hartstoornissen
en uiteindelijk hartstilstand zijn niet uitgesloten. Desondanks
gebruikte men vroeger gedroogde en daarna gemalen wortels als
een huismiddeltje om wormen en luizen te bestrijden. Een
paardenmiddel! Ook verwerkte men gemalen wortels tot nieskruid.
Het spul verstoorde nu eenmaal de ademhaling waarbij flinke
niesbuien werden opgewekt. Dit niesen zou dan weer ruimte en
lucht geven waarna men weer aan de beterende hand zou zijn. Niet
voor niets zijn we in ons taalgebied gewoon om iemand
“Gezondheid” te wensen nadat hij luidkeels heeft geniest. In het
Engelse taalgebied heeft men al eeuwenlang een veel minder
positieve gewoonte. Daar zegt men na een niesbui “Bless you” .
Een verbastering van “God bless you”. Deze wens dateert uit de
tijd van de grote pestepidemieën (13e, 14e, 15e eeuw). Was het
echt pest? Of waren het misschien wel ernstige vormen van
Mexicaanse griep of Q-koorts? In elk geval was niesen destijds
de eerste én onherroepelijke aanwijzing dat men de gevreesde
ziekte onder de leden had. Nieste men, dan was men dus eigenlijk
reddeloos verloren. Men volstond daarom met de wens: “Moge God
je zegenen”. In tegenstelling tot ons optimisme bij het niesen
is aan de overkant van de Noordzee sprake van berusting in het
onvermijdelijke.
Tot slot nog de oude legende die verhaalt hoe de naam
“Kerstroos” ontstond. Een arm boerenmeisje had gehoord van de
geboorte van Christus in een stal bij Bethlehem. Ze wilde
dolgraag op kraambezoek, maar besefte ook dat ze te arm was om
een cadeautje mee te nemen. Hier werd ze zo verdrietig van dat
ze dikke tranen huilde. Haar tranen vielen in de witte sneeuw.
Plotseling groeiden op de plekken, waar haar tranen de sneeuw
hadden doen smelten, prachtig bloeiende bloemen. Christus- of
Kerstrozen. Zo kon ze als cadeau alsnog een bos bloemen plukken.
Een romantisch slot. Nu, 2009 jaar later, is Helleborus –
evenals alle andere planten - nog steeds een godsgeschenk.
naar Plant v.d.
week Archief |
|
Kerstroos (Helleborus niger) |
|
 |
|
|
|
Oosterse Kerstroos
(Helleboris orientalis) |
|
|
 |
|
Waaiervormige bladeren Stinkend nieskruid (Helleboris
foetidus) |
 |
|
|
|
Vorming nieuwe bloemstengel
- november - Stinkend nieskruid |
 |
|
Bloeiende Stinkend nieskruid |
 |
|
|
|
|
|
|
|