door dhr Antoon Kuhlmann

Karmozijnbes

 

1 november

Karmijn en karmozijn zijn niet bepaald alledaagse woorden. Het is louter toeval dat zowel in deze als in de vorige aflevering van “plant van de week” deze steenrode – paarsrode kleuraanduiding wordt gebruikt. In deze aflevering staat de Karmozijnbes centraal. Het is een vaste plant. De bovengrondse delen sterven ’s winters af. In het voorjaar erna verschijnen weer jonge scheuten die overigens opvallend veel gelijkenis vertonen met die van Reuzenbalsemien. De soort is in onze streken niet helemaal winterhard. Ze verdraagt geen lagere temperatuur dan – 10 oC. Ook in het late voorjaar blijken de jonge planten gevoelig voor nachtvorst. In het ergste geval zorgen overblijvende bessen altijd wel voor een volgende generatie.

In Nederland groeien twee soorten Karmozijnbes: de Westerse en de Oosterse Karmozijnbes. De plant heeft groenwitte bloemen, later in het jaar zijn ze een beetje rood gekleurd. De stengels van beide soorten zijn bloedrood, beter gezegd karmozijn van kleur. Forse, 10 tot 25 centimeter lange, frisgroene bladeren. Beide soorten dragen in het najaar donkerpaarse, bijna zwartrode bessen. De bloeiwijze is heel apart, namelijk “middelpuntvliedend”. Normaliter gaan eerst de onderste bloemen van een bloemtros open, later gevolgd door de bloemen erboven. Bij een paar soorten beginnen eerst de bovenste bloemen te bloeien en daarna de bloemen eronder. Maar bij Karmozijnbes beginnen als eerste juist de bloemen middenin de bloemtros te bloeien, gevolgd door bloemen onderaan en aan de top van de tros. Dit is nog wat duidelijker te zien bij de bessen. Zij verschijnen eerst in het midden, terwijl aan de basis en in de top op dat moment nog nauwelijks sprake is van besvorming.

De verschillen tussen beide soorten zijn gemakkelijk op te merken. De Oosterse Karmozijnbes is afkomstig uit West en Centraal Azië. De bloemen van deze soort hebben 8 meeldraden. Daarom luidde de ‘tweede’ wetenschappelijke naam vroeger octandra = 8 meeldraden. De bloemtrossen staan recht naar boven. De donkerpaarse bessen zijn nog geen centimeter groot en bestaan uit 8 partjes. Qua vorm lijken ze wel wat op een geschild “mini-mini-mandarijntje”. Westerse Karmozijnbes is afkomstig uit de Verenigde Staten. De bloemen van deze soort hebben 10 meeldraden. De ‘tweede’ wetenschappelijke naam luidde vroeger dan ook decandra = 10 meeldraden. De zwartrode, kogelronde bessen hangen in lange trossen naar beneden. In een van de bosranden van de Botanische Tuin staat – tussen Framboos- en Braam - een groep Westerse Karmozijnbes; het lijken daar haast struiken van wel 1,5 meter hoog. Ook in de borders van de Arcadische Tuin staan een paar forse planten die nu in het najaar volop karmozijnbessen dragen.

Zowel Oosterse als Westerse Karmozijnbes zijn aan het eind van de 18e eeuw in Europa ingevoerd. Medicinale eigenschappen van de soorten waren daarbij van belang, maar ook andere toepassingsmogelijkheden. Zo maakten Portugese wijnboeren hun port met dit bessensap donker van kleur. Ook wijnboeren in Frankrijk gebruikten Karmozijnbes om minder goede wijn meer smaak en kleur te geven. Deze methode is overigens illegaal. Tegenwoordig wordt het bessensap nog wel gebruikt om limonades en vruchtensappen een uitgesproken donkerrode kleur te geven. Ook het bessensap van de Westerse Karmozijnbes wordt al eeuwenlang gebruikt vanwege de kleureigenschap. Musea in de Verenigde Staten liggen vol met documenten die de eerste Europese immigranten beschreven hebben met Karmozijnbes-inkt. Indianen waren van oudsher gewoon om gebruiksvoorwerpen, kleding én hun eigen huid te beschilderen met deze rode verfstof.
Bij deze uitgesproken kleurrijke eigenschappen is het lastig om een associatie met zeep en wassen te krijgen. De grijswitte penwortel blijkt echter een uitstekend wasmiddel te zijn! De wortels zitten namelijk vol met saponinen, zeepstoffen. Fijngesneden wortelstukjes meekoken in het vuile waswater en u krijgt een helderwitte schone was als eindresultaat.

Karmozijnbessen zijn giftig en toch bezitten ze een groot aantal geneeskrachtige eigenschappen. In deze serie staat dit vaker te lezen: planten die giftige eigenschappen hebben, maar tegelijkertijd ook medicinale. De gebruikte dosis is hierbij meestal doorslaggevend: giftig bij onoordeelkundig gebruik of gunstig na veel wetenschappelijk speurwerk en in de juiste hoeveelheid. Het luistert dus heel nauw. Van oudsher wordt Karmozijnbes gebruikt ter bestrijding van reuma, astma, dysenterie of aambeien. De bessen zouden stoffen bevatten die van invloed zijn op het celdelingsproces. Ze zouden zelfs chromosomen beschadigen en daarmee het ontstaan van kanker kunnen bevorderen. Recent wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar enige bestanddelen in de Karmozijnbes-bessen die een krachtig remmende uitwerking lijken te hebben op het HIV-virus. En mocht u – tot slot - erg veel last hebben van slakken in uw tuin? Wellicht dat Karmozijnbes dan een oplossing biedt. Plant en bessen zouden een fatale uitwerking hebben op deze door menigeen verfoeide dieren.


karmijnrode stengel

Oosterse Kamozijnbes

Westerse Karmozijnbes

Rechte bloemtros Hangende tros
8 meeldraden 10 meeldraden

gesplitste besjes

ronde besjes

Oosterse
Karmozijnbes

Westerse
Karmozijnbes

Hangende bessentrossen
van Westerse Karmozijnbes

 

naar Plant v.d. week Archief