“Opgeruimd staat netjes!” Maar ondertussen staan op diverse
plekken in de Botanische Tuin nog een aantal bomen en struiken
mooi te zijn: de Kardinaalsmuts. Op 1 november valt immers ook
Allerheiligen. In het voorjaar en in de zomer vallen deze bomen
en struiken juist nauwelijks op, met egaal groen blad en kleine
groengele bloemetjes. Laat in het najaar zijn het echter ware
feestbomen, ter versiering vol gehangen met steenrode vruchten.
Tussen alle gele en bruine herfstkleuren een vrolijk stemmende
afwisseling.
Bij de naamgeving heeft men zich overduidelijk laten inspireren
door de kleur en de 4-hoekige vorm van de hoofddeksels van
kardinalen. Deze rooms-katholieke prelaten zijn op het Sint
Pietersplein te Rome regelmatig hiermee uitgedost. Oude
volksbenamingen duiden hier ook op. Om enkele te noemen:
kardinaalshoed, pastoorsboom, pastoorshoedje, papenhoed,
papenhout of papenmuts. Pastoors droegen vroeger ook zo’n
vierkante bonnet, al was deze bonnet ter onderscheiding van
kardinalen of bisschoppen niet rozerood of paars, maar zwart van
kleur. Andere volksnamen, zoals kruisbiezelaar of vierkanthout,
slaan op het karakteristieke takhout van Kardinaalsmuts. Op
oudere takken verschijnen namelijk kurklijsten. Hierdoor lijken
de takken een beetje vierkant. Soms groeien deze kurklijsten uit
tot vleugels die kruislings tegenover elkaar staan.
Kardinaalsmuts is in ons land inheems. Deze struiken staan
vooral in bosranden, houtwallen en hagen. Ze groeien ook in de
duingebieden langs de kust, de Waddeneilanden uitgezonderd. Daar
is het niet kalkrijk genoeg. Kardinaalsmuts blijkt een
uitstekend regeneratievermogen te hebben. Dit wil zeggen dat de
soort zich snel herstelt van aantastingen. Zo knagen konijnen
vaak ’s winters de bast van de takken. In het voorjaar erna
vormt zo’n struik direct weer nieuwe uitlopers. De struiken
krijgen hierdoor dikwijls een bossig uiterlijk. Spinselmotten
doen zich in het late voorjaar uitgebreid te goed aan het frisse
bladgroen. Kaal en egaal bedekt met grijze spinseldraden maken
de struiken dan een tamelijk reddeloze indruk. Toch staan ze
enkele weken later weer volop in nieuw blad, alsof er niets aan
de hand was. De eigenschap om zich zo snel te herstellen hangt
er mee samen dat de blauwgroene takken zoveel chlorofyl bevatten
dat de productie van voeding- en groeistoffen direct weer op
gang kan komen.
De vruchten krijgen in de loop van september hun karakteristieke
karmijnrode kleur. Ze bestaan meestal uit vier hokken, soms uit
drie of vijf stuks. Eenmaal rijp splijten deze hokken open en
verschijnen fel oranje zaden. Die zaden hangen aan een wit
draadje, aan een soort navelstreng naar beneden. Het rozerode
vruchtvlees smaakt uitgesproken smerig. Eigenlijk zijn de
vruchtjes gewoon giftig, speciaal het oranje vlies om de zaden.
Deze giftigheid vermindert na verloop van tijd. De vruchten
blijven daarom lang aan de struiken hangen. Pas laat in herfst
en in de winter durven vogels zich hieraan te goed doen.
Lijsters, mezen en roodborstjes eten de kardinaalsmutsjes dan in
hun geheel op. De giftige zaden verlaten het vogellichaam “op
natuurlijke wijze”, dus onverteerd. Ze helpen er aan mee dat
deze struik/boomsoort zich kan verspreiden.
De wetenschappelijke naam van Kardinaalsmuts luidt Euonymus
europaeus. De laatste aanduiding behoeft waarschijnlijk geen
verdere uitleg. Het Griekse Euonymus wil zeggen “een plant met
een goede naam”. Dit lijkt veelbelovend, maar terecht? Het hout
van de kleine bomen is erg in trek. Dit heeft te maken met
kleur, hardheid en structuur. Het blijkt bijzonder geschikt te
zijn voor het maken van muziekinstrumenten. Vanwege de fraaie
kleur werd het hout vroeger veel gebruikt voor inlegwerk.
Spoelen van spinnewielen werden nagenoeg uitsluitend gemaakt van
het hout van Kardinaalsmuts. Maar het blad, de bast, vruchten en
zaad zijn giftig. Mensen krijgen na consumptie direct last van
diarree en buikkrampen; ze gaan braken of raken er versuft van.
Zaden van Kardinaalsmuts werden in het recente verleden gedroogd
en gemalen. Dit werd vervolgens gebruikt als een van de eerste
insecticiden. Het bleek een uitermate effectief huismiddel om
hoofdluis te bestrijden. Dit laatste is tegelijkertijd ook weer
verwonderlijk. Kardinaalsmuts en Zwarte bonenluis hebben
namelijk een zeer nauwe relatie met elkaar. Zwarte bonenluis is
in staat om de oogst van tuinbonen in een tijdsbestek van enkele
weken volledig te laten mislukken. De planten zitten er dan
helemaal onder. Het grootste deel van het jaar leven de
vruchtbare exemplaren van Zwarte bonenluis echter op
Kardinaalsmuts. Het telen van tuinbonen gaat daarom eigenlijk
alleen goed wanneer er geen Kardinaalsmuts-struiken in de buurt
staan. De Waddeneilanden lenen zich daarvoor uitstekend.
Wellicht verklaart dit waarom ik van kinds af aan al een
voorkeur heb voor tuinbonen en de Wadden.
Naar Plant v.d week
Archief |
 |
|
↑Kardianaalsmuts
& -mutsen↓ |
 |
|
|
 |
|
Geelgroene bloemen van Kadinaalsmuts |
 |
|
↑'Vierkante' takken van Kardinaalsmuts |
 |
|
Soms
zijn kurklijsten vleugelvormig↑ |
 |
|
Fraaie herfstkleuren blad en vruchten |
 |
|