door dhr Antoon Kuhlmann


Kardinaalsmuts

25 oktober

Begin november en dus volop herfst. Het meeste blad zal binnen twee weken wel van de bomen zijn gevallen. Overal dwarrelen de bladeren naar beneden. In tuinen en parken zijn mensen druk bezig om dit blad op hopen te harken. Richting composthoop of bladcontainer.  Dit alles onder het motto:
“Opgeruimd staat netjes!” Maar ondertussen staan op diverse plekken in de Botanische Tuin nog een aantal bomen en struiken mooi te zijn: de Kardinaalsmuts. Op 1 november valt immers ook Allerheiligen. In het voorjaar en in de zomer vallen deze bomen en struiken juist nauwelijks op, met egaal groen blad en kleine groengele bloemetjes. Laat in het najaar zijn het echter ware feestbomen, ter versiering vol gehangen met steenrode vruchten. Tussen alle gele en bruine herfstkleuren een vrolijk stemmende afwisseling.
Bij de naamgeving heeft men zich overduidelijk laten inspireren door de kleur en de 4-hoekige vorm van de hoofddeksels van kardinalen. Deze rooms-katholieke prelaten zijn op het Sint Pietersplein te Rome regelmatig hiermee uitgedost. Oude volksbenamingen duiden hier ook op. Om enkele te noemen: kardinaalshoed, pastoorsboom, pastoorshoedje, papenhoed, papenhout of papenmuts. Pastoors droegen vroeger ook zo’n vierkante bonnet, al was deze bonnet ter onderscheiding van kardinalen of bisschoppen niet rozerood of paars, maar zwart van kleur. Andere volksnamen, zoals kruisbiezelaar of vierkanthout, slaan op het karakteristieke takhout van Kardinaalsmuts. Op oudere takken verschijnen namelijk kurklijsten. Hierdoor lijken de takken een beetje vierkant. Soms groeien deze kurklijsten uit tot vleugels die kruislings tegenover elkaar staan.
Kardinaalsmuts is in ons land inheems. Deze struiken staan vooral in bosranden, houtwallen en hagen. Ze groeien ook in de duingebieden langs de kust, de Waddeneilanden uitgezonderd. Daar is het niet kalkrijk genoeg. Kardinaalsmuts blijkt een uitstekend regeneratievermogen te hebben. Dit wil zeggen dat de soort zich snel herstelt van aantastingen. Zo knagen konijnen vaak ’s winters de bast van de takken. In het voorjaar erna vormt zo’n struik direct weer nieuwe uitlopers. De struiken krijgen hierdoor dikwijls een bossig uiterlijk. Spinselmotten doen zich in het late voorjaar uitgebreid te goed aan het frisse bladgroen. Kaal en egaal bedekt met grijze spinseldraden maken de struiken dan een tamelijk reddeloze indruk. Toch staan ze enkele weken later weer volop in nieuw blad, alsof er niets aan de hand was. De eigenschap om zich zo snel te herstellen hangt er mee samen dat de blauwgroene takken zoveel chlorofyl bevatten dat de productie van voeding- en groeistoffen direct weer op gang kan komen.

De vruchten krijgen in de loop van september hun karakteristieke karmijnrode kleur. Ze bestaan meestal uit vier hokken, soms uit drie of vijf stuks. Eenmaal rijp splijten deze hokken open en verschijnen fel oranje zaden. Die zaden hangen aan een wit draadje, aan een soort navelstreng naar beneden. Het rozerode vruchtvlees smaakt uitgesproken smerig. Eigenlijk zijn de vruchtjes gewoon giftig, speciaal het oranje vlies om de zaden. Deze giftigheid vermindert na verloop van tijd. De vruchten blijven daarom lang aan de struiken hangen. Pas laat in herfst en in de winter durven vogels zich hieraan te goed doen. Lijsters, mezen en roodborstjes eten de kardinaalsmutsjes dan in hun geheel op. De giftige zaden verlaten het vogellichaam “op natuurlijke wijze”, dus onverteerd. Ze helpen er aan mee dat deze struik/boomsoort zich kan verspreiden.

De wetenschappelijke naam van Kardinaalsmuts luidt Euonymus europaeus. De laatste aanduiding behoeft waarschijnlijk geen verdere uitleg. Het Griekse Euonymus wil zeggen “een plant met een goede naam”. Dit lijkt veelbelovend, maar terecht? Het hout van de kleine bomen is erg in trek. Dit heeft te maken met kleur, hardheid en structuur. Het blijkt bijzonder geschikt te zijn voor het maken van muziekinstrumenten. Vanwege de fraaie kleur werd het hout vroeger veel gebruikt voor inlegwerk. Spoelen van spinnewielen werden nagenoeg uitsluitend gemaakt van het hout van Kardinaalsmuts. Maar het blad, de bast, vruchten en zaad zijn giftig. Mensen krijgen na consumptie direct last van diarree en buikkrampen; ze gaan braken of raken er versuft van. Zaden van Kardinaalsmuts werden in het recente verleden gedroogd en gemalen. Dit werd vervolgens gebruikt als een van de eerste insecticiden. Het bleek een uitermate effectief huismiddel om hoofdluis te bestrijden. Dit laatste is tegelijkertijd ook weer verwonderlijk. Kardinaalsmuts en Zwarte bonenluis hebben namelijk een zeer nauwe relatie met elkaar. Zwarte bonenluis is in staat om de oogst van tuinbonen in een tijdsbestek van enkele weken volledig te laten mislukken. De planten zitten er dan helemaal onder. Het grootste deel van het jaar leven de vruchtbare exemplaren van Zwarte bonenluis echter op Kardinaalsmuts. Het telen van tuinbonen gaat daarom eigenlijk alleen goed wanneer er geen Kardinaalsmuts-struiken in de buurt staan. De Waddeneilanden lenen zich daarvoor uitstekend. Wellicht verklaart dit waarom ik van kinds af aan al een voorkeur heb voor tuinbonen en de Wadden.

Naar Plant v.d week Archief

↑Kardianaalsmuts & -mutsen↓

Geelgroene bloemen van Kadinaalsmuts

↑'Vierkante' takken van Kardinaalsmuts

Soms zijn kurklijsten vleugelvormig↑

Fraaie herfstkleuren blad en vruchten