door dhr Antoon Kuhlmann

Holpijp

 

20 juli

Het zag er hier ongeveer 300 miljoen jaar geleden wel wat anders uit. Er was sprake van een min of meer tropisch klimaat. Er groeide een soort oerwoud dat voornamelijk bestond uit reusachtige paardenstaarten. Soms wel 20 meter hoog. Met dinosaurussen en andere monsters erin. Tegenwoordig zijn er op de hele aarde nog maar 16 verschillende paardenstaartsoorten over.

Dit is wel heel wat andere getal dan de ongeveer 20.000 verschillende orchideeënsoorten. Holpijp is één van die paardenstaartsoorten (familie van de Equisisetaceae; het Latijnse ‘equus’ betekent paard en volgens het woordenboek staat ‘seta’ voor borstel of ruig haar). Die 16 overblijvende soorten groeien echt niet meer uit tot hoge bomen; de meeste blijven kruidachtig en worden niet langer dan zo’n 1,5 meter. Holpijp groeit bij voorkeur in moerassen en ondiep water. Graag met natte voeten. Zo ook in de Botanische Tuin. Langs het knuppelpad door het moerasgedeelte staan genoeg exemplaren.
Paardenstaarten zijn primitieve planten. Primitiever nog dan varens en mossen. Primitiever nog dan varens en mossen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Varens hebben Paardenstaarten nauwelijks ontwikkeld bladeren. De eigenschappen van Holpijp voldoen volledig aan de familiekenmerken. Vroeg in het voorjaar prikken de eerste stengels naar boven, als een soort potlood en omgekeerd reageerbuisje. In het begin zijn die stengels helemaal glad, zonder zijtakjes en zo goed als rond in doorsnee. Ze worden ongeveer 1 meter hoog en aan het eind van het voorjaar verschijnen aan de hoofdstengel op regelmatige afstand kransen met groene zijtakjes. Eerst nog klein, maar later uitgroeiend tot 5 ŕ 10 centimeter. Drie kransen lijken op bladeren. Ze hebben ook wel wat weg van naalden. In feite is echter elke ‘naald’ een ‘bebladerd’ zijtakje. Een deel van de stengels blijft onvruchtbaar. Aan de top van sommige stengels verschijnen in de loop van het voorjaar geelbruine sporenaren. Die zijn min of meer zeshoekig en doen een beetje denken aan een minihoningraat. Het is geen bloem met meeldraden en stampers, maar een cluster waarin een groot aantal sporen hangen. De wind verspreidt deze sporen. Wanneer die sporen terecht komen op kale en arme grond zullen ze uitgroeien tot een klein groen plantenweefsel waarop mannelijke en vrouwelijke organen gevormd worden. Daarna vindt de bevruchting plaats en kan een nieuwe Holpijp ontstaan. Dit laatste komt echter bijna nooit voor. Meestal breidt Holpijp zich uit door het uitgroeien en / of afbreken van wortelstokken.

Holpijp heeft een holle stengel. What’s in a name! Een uiterst dunne stengelwand die men gemakkelijk kan platdrukken is. Holpijp kan zich dan ook alleen maar goed staande houden wanneer het in een ‘beschermde omgeving’ opgroeit. Tussen andere hoge planten zoals riet en zeggen kunnen de lange stengels van Holpijp rustig meewiegen in de wind. Op een kale vlakte zou die stengel direct afbreken. De dunne stengelwand bevat nauwelijks reservestoffen; alle energie komt vanuit de wortelstok. Nog enige uitleg over stengel en blad. De afbeeldingen geven wellicht nog meer duidelijkheid. De stengel van Holpijp is opgebouwd uit een aantal stengeldelen. Die segmenten passen als Legoblokjes op elkaar. Aan het eind van elk stengeldeel zit een kransje met bladeren, vaak niet groter dan 1 centimeter. Deze bladeren zijn praktisch helemaal met elkaar vergroeid en eindigen in zwarte punten. Zo ontstaat de indruk van een soort zwarte kartelrand. Deze bladkrans vormt een nauw sluitende manchet om het begin van het volgende stengellid. Deze bladerkrans is groen van kleur, maar dikwijls ook met een oranjegele tekening. Het uiteinde van elk stengellid vormt in principe ook de plek voor een krans met zijtakken. Deze zijtakken bestaan – evenals de hoofdstengel - uit een reeks los op elkaar passende stengeldeeltjes met een kleine gepunte bladkrans aan het eind van ieder stukje. Deze ‘bebladerde” zijtakjes zijn ongeveer even lang als de afzonderlijke stengeldelen. Bij andere paardenstaartsoorten zoals Heermoes of Reuzenpaardenstaart zijn de zijtakken een stuk langer. Daaraan kan men de verschillende soorten gemakkelijk onderscheiden.

De benaming Holpijp leidt soms tot enige begripsverwarring. Een holpijp is namelijk ook een stuk gereedschap waarmee ronde gaten in leer kan worden gestanst. Een soort perforator dus. Plant en gereedschap lijken qua uiterlijk echter veel op elkaar!!

Jonge hoofdstengel (begin april)

Vruchtbare stengel met sporenaar

Stengeldoorsnede Holpijp

Stengel met jonge takkransen 

Losse stengeldelen: ‘Legoblokjes’

naar Plant v.d. week Archief

(Oranjekleurige) bladkransen