door dhr Antoon Kuhlmann

Gele Salie

 

23 augustus

Wereldwijd kent het geslacht Salvia of te wel Salie meer dan 900 verschillende soorten. Een geweldig groot aantal. Zeker, wanneer men dit aantal afzet tegen het gegeven dat het totaal aantal plantensoorten in de Botanische Tuin al zo’n 800 stuks is, dus dan wel van alle geslachten en families bij elkaar. Het valt op dat veel Salviasoorten fel gekleurde lipbloemen heeft, zoals scharlakenrood,koningsblauw, spierwit, magenta,
zalmroze, violetpaars of oranje. Een ander kenmerk, dat dikwijls bij Salvia-soorten voorkomt, is de grijzige beharing van het blad en de sterke geur van alle plantendelen. Salie wordt dan ook oudsher vaak gebruikt in de keuken en in de volksgeneeskunde. Bij Gele Salie is dit allemaal een tikkeltje minder. Geen felle bloemkleur, maar bescheiden licht crèmegeel, met een aantal kastanjebruine vlekken. De bloei begint overigens in juli en gaat door tot eind september. Het forse blad is min of meer hartvormig, donkergroen van kleur en heeft geen opvallende beharing. Door het ontbreken van bladbeharing ruikt Gele Salie ook veel stuk minder dan haar soortgenoten. De stengel is evenals die van andere saliesoorten vierkant. De bloeiwijze en de bloemen zijn wel behaard. Kleverig behaard en voelt zelfs een beetje vettig aan. In het Duits heet Gele salie dan ook Kleberiger Salbei, dus Kleverige salie. Deze kleverige eigenschap komt ook terug in de wetenschappelijke benaming: Salvia glutinosa. In mijn jeugdjaren hadden we nog geen tubes Bisonkit of Prittsticks, maar wel een pot plaksel of gluton! De kleverige beharing maakt de bloemen van Gele Salie minder aantrekkelijk voor allerlei vraatzuchtige insecten; deze beschermingsmaatregel blijkt uiterst effectief te zijn. Gele Salie komt van nature niet voor in Nederland. Normaliter groeit de soort in de bergachtige bosgebieden van Midden en Zuid Europa tot en met Zuidwest Azië. Wel blijkt de soort het hier in de Botanische Tuin prima naar haar zin te hebben; ze heeft een voorkeur voor lichtbeschaduwde bosranden en open plekken in het bos. De plant wordt ruim 1 meter hoog en lijkt daardoor wel een beetje op een heester. ’s Winters sterft de plant echter vrijwel helemaal tot de grond toe af en moet in het voorjaar erna weer opnieuw beginnen. Speciale aandacht voor het bestuivingsmechanisme van de meeste Salviasoorten. Elke bloem bezit twee helmdraden, die netjes opgeborgen zitten in de bovenlip. De stijl van de stamper steekt boogvormig uit de bovenlip van een bloem. Wanneer een vliegend insect nectar komt halen, landt deze altijd eerst op de onderlip. Daarbij strijkt het met zijn rug langs de kleverige stijl en hieraan blijven stuifmeelkorrels plakken die van een eerder bloembezoek afkomstig zijn. Op weg naar de nectar dieper in de bloem, duwt het insect vervolgens tegen een soort ‘veiligheidspal’. De helmdraden schieten vervolgens naar beneden en strijken het stuifmeel op de rug van de bezoeker. Dit alles is een uitstekende manier om te zorgen voor kruisbestuiving. Aan alle Saliesoorten wordt een bijzonder geneeskrachtige betekenis toegekend. In de klassieke oudheid associeerde men Salvia bijvoorbeeld met onsterfelijkheid en hoge levensverwachtingen. Een ‘goden-plant’. Ook zou Salie zeer bevorderlijk zijn voor het behoud van het verstandelijke vermogen. Een uit het Latijns afkomstige gezegde luidt bijvoorbeeld: “ Waarom zou een man sterven als er Salie in zijn tuin groeit?” Saliesoorten, ook de Gele salie, bevatten een lange reeks bijzondere stoffen, die uitermate geschikt blijken te zijn voor cosmeticamiddelen en medicijnproductie. Vooral in Zuid Europa doet men hier wetenschappelijk onderzoek naar. Recent is aangetoond dat Salvia ook anti-oxidanten bevat; het ontstaan van kanker zou hiermee kunnen worden verminderd. Recente krantenpublicaties berichtten overigens dat anti-oxidanten juist ongunstig zijn; ongecontroleerde celdeling en beschadiging van het DNA zouden er door bevorderd worden. Oppassen dus. Van oudsher wordt Salie gebruikt als geneesmiddel. Het blijkt onder andere rustgevend en bloedzuiverend te zijn; het brengt verlichting bij astmatische aandoeningen, keelpijn en angina. Het rijtje met “kansen” is nog veel groter. Daarom wordt volstaan met een Engels gezegde: “Iemand die lang wil leven, moet in de maand mei salie eten”. Ook als keukenkruid is het blad van salie al eeuwenlang favoriet. Salieblaadjes zorgen er voor dat sommige gerechten zoals varkensvlees of paling minder vet smaken. Goedkopere landwijnen bracht men in Zuid Europa wat extra op smaak met salieblad. Vroeger gebruikte men salie-extract zelfs om grijze haren bij te kleuren. Alom is het verhaal bekend dat tulpenbollen tijdens onze Gouden Eeuw een ongekend hoge prijs bezaten. Minder bekend is dat in die tijd ook de waarde van salieblad erg hoog was. In China groeien namelijk van oorsprong geen Saliesoorten. Toch was men daar zeer gesteld op salieblad, speciaal vanwege de medicinale eigenschappen. Hollandse kooplieden hadden een winstgevend handeltje. Men ruilde daarom één kist salieblad voor drie kisten Chinese thee van uitstekende kwaliteit.
Gele salie is wat bescheidener dan vele felgekleurde soortgenoten !

Naar Plant v.d week Archief