door dhr Antoon Kuhlmann

Dotterbloem

 

26 april

Eén van de warmste aprilmaanden sinds 150 jaar lijkt het dit jaar te zijn. De meeste planten hebben allang de achterstand ingehaald die zie als gevolg van de relatief koude februari- en maartmaand hadden opgelopen. Alles brult de grond uit en bloeit ook nog eens zo’n beetje tegelijk. Hopelijk bloeit de Dotterbloem - de plant van deze week - nog op het moment dat u dit leest!
Een groot veld met deze prachtige, botergele bloemen staat te schitteren in het moerasgedeelte van Hortus Arcadië.
De wetenschappelijke naam van Dotterbloem luidt Caltha palustris. Het tweede gedeelte van deze naamgeving maakt duidelijk dat dotterbloemen de voorkeur hebben voor een moerassige omgeving. Het liefst met hun voeten in het water! De soort heeft grote ronde, soms enigszins hartvormige, donkergroene en lang gesteelde bladeren. Opvallend is dat de bladeren - naarmate ze hoger aan de stengel zitten - steeds kleiner worden en ook de bladsteel steeds korter wordt.
In april – mei vallen de diepgele bloemen op. De bloemen bestaan normaliter uit vijf bloembladeren (soms 6 of 8) en hebben soms wel met een doorsnede van vijf centimeter. Dooiergeel! “Dotter” en “Dooier” zijn van oorsprong nauw aan elkaar verwante begrippen. In vroegere tijden werden de bloembladeren wel gebruikt om de boter een mooiere gele kleur te geven. Hoeveel van die prachtige bloemen zou je daarvoor wel niet moeten plukken? Ook was het daarmee ook nog eens oppassen geblazen, want zoals bijna alle leden van de Ranonkelfamilie is ook dotterbloem giftig…. behalve vroeg in het voorjaar.
Aan de basis van de stampers zitten honingkliertjes die ’s ochtends duidelijk zichtbaar heldere druppels honing produceren. Allerlei vliegen, kevers en bijen komen hierop af. De zaden zitten in kokervruchten, die als een egeltje bij elkaar zitten. Deze vruchten springen bij rijping open, waarna de zaden zich drijvend op het water verspreiden.
Soms kent Dotterbloem ook een andere vermeerderingsmethode dan via zaad. In gebieden waar het zoetwaterpeil dagelijks varieert (bijvoorbeeld de Biesbosch) komt de zgn. Spindotter voor. Bij laag water knikken de bloemstengels door hun gewicht naar beneden. Aan de stengelknoppen vormen zich daarbij wortelkluwens die lijken op spinnen. Deze stengels kunnen tijdens ruw weer worden losgescheurd van de moederplant en ergens anders zelfstandig doorgaan.
Het familielid Speenkruid lijkt wel een soort mini dotterbloem te zijn. Ook van deze soort is het blad rond- of hartvormig, zij het stukken kleiner. Speenkruid kent echter ALTIJD meer dan vijf bloembladeren. Normaliter zijn het er acht. Deze heldergele bloembladeren staan overdag als stervormig uitgespreid. Vanaf eind februari vrolijkte Speenkruid de bosgrond van Hortus Arcadië op. De tijd zit er weer op. Medio mei vergeelt het blad en gaat het ondergronds verder, tot het volgende voorjaar. Speenkruid vormt nagenoeg nooit zaad. Ze verspreidt zich via de speenvormige wortelknolletjes. Ook Speenkruid is – zoals het een goed lid van de Ranonkelfamilie betaamt – giftig. Het sap kan vervelende en slechts genezende huidwonden veroorzaken. Inwendig gebruik raadt men ten sterkste af.



Speenkruid

Dotterbloem langs vijver Hortus Arcadië

↑ bloem en vruchtDotterbloem ↓

 

Naar Plant v.d week Archief