door dhr Antoon Kuhlmann

Crocus
 
15 maart

Lange en korte bloemstelen.
Links: Boerencrocus; rechts Bonte crocus

Het spreekt haast vanzelf om vroeg in het voorjaar aandacht te vestigen op de Crocus. De winter is voorbij. Een bont palet van crocussen geeft voortuinen plotseling kleur, van de ene dag op de ander. Grasvlakten in parken pronken met een vrolijke paarse en lila ondergroei. Zo ook in de Hortus Arcadië. Vooral onder bomen en in de bosachtige gedeelten voelt de Crocus zich thuis.
Wie goed oplet, kan gemakkelijk verschillende soorten herkennen.
Het meest bekend is eigenlijk wel de Bonte crocus (met de wetenschappelijke naam Crocus vernus; ‘vernus’ betekent ‘lente’). Deze staan ook meestal in siertuinen. De bloemen ervan hebben maar een korte bloemstengel. De zes bloemslippen vormen een wat uitgebolde trechter. Deze bloemslippen zijn meestal gestreept, in alle kleurvarianten tussen wit, paars en gemengd. Opvallend oranje is de lange stamper, uitlopend in zes waaiervormige vertakkingen. De meeldraden vallen minder snel op. Ze zijn helder geel, beter gezegd safraangeel gekleurd. In het oorspronkelijke groeigebied, Zuid- Europa en vooral Turkije en Armenie worden de meeldraden geoogst als kleurstof.
 


De Boerencrocus (wetenschappelijke naam: Crocus tommasinianus) verwildert gemakkelijk. De lila en paarse bloemen duiken overal op in de Hortus. Ze zaaien zich dan ook gemakkelijk uit. Op verschillende plekken zijn de nieuwe kiembladen te ontdekken. Het lijkt dan alsof er juist een nieuw grasveldje is ingezaaid.
Hoe kan men de de Boerencrocus herkennen van andere soorten? Een veel langere bloembuis, meestal egaal en grijswittig van kleur. De bloemslippen zijn meestal lila of licht paars. Deze slippen zijn ook wat spitser dan de Bonte crocus. Eenmaal goed in bloei spreiden deze bloembladen zich stervormig uit en vormen niet echt een trechter zoals de Bonte crocus.

 

Waaiervormige stamper

Boerencrocus

Gele crocus

Naar Plant v.d week Archief