door dhr Antoon Kuhlmann

Cistroos

26 juli

Menigeen zal bij de naam Cistroos verbaasd opkijken. Wat is dat voor een plant? De bloem lijkt sprekend op die van een roos. Het is geen roos maar lijkt op een roos. De Nederlandse naam is eigenlijk een verbastering van de wetenschappelijke naam Cistus laurifolius. Het eerste gedeelte werd al snel “Cist” en daar kwam vervolgens nog de verschijningsvorm “roos” achter aan. Het Griekse ‘kiste’ betekent ‘kistje’; een omschrijving welke duidt op de vorm van de verhouten vruchtdoos. Het Latijnse woord ‘laurifolius’ wil zeggen ‘blad welke op dat van laurier lijkt’.
Waarom nu, halverwege het jaar, aandacht voor Cistroos? Daarvoor zijn enkele redenen. De belangrijkste is wel dat Cistroos gedurende het gehele jaar aandacht trekt. Telkens is er wel iets bijzonders te zien.

In de winterperiode de fraaie geopende zaaddozen. In het late voorjaar de felrode bladeren om de bloemknoppen, als een soort beschutting. In de zomer om de grote witte bloemen, alsof het echte rozen zijn. En tenslotte in de nazomer de bruine vruchten. Jaarrond kan men genieten van de deze halfhoge struik, die op een tweetal plaatsen te vinden is. In de Botanische Tuin boven op de rotspartij van het Alpinum en direct naast het wandelpad dat dwars door de Arcadische Tuin loopt.

De familie van de Cistaceae (Zonneroosjesfamilie) is niet erg groot. In Nederland zijn slechts twee kruidachtige soorten inheems. Het Gevlekte zonneroosje is van oudsher vooral van de Waddeneilanden bekend. Het Groot zonneroosje voelt zich alleen nog maar op de Sint-Pietersberg thuis. Cistroos is niet inheems. Van nature groeit deze soort in het Middellandse zee gebied: Griekenland, Turkije, Syrië. Het liefst groeit de soort in droge en rotsachtig grond, in de volle zon. De struik wordt 1 tot 1,5 meter hoog. Aan het begin van de zomer laat de schors van de oudere takken strooksgewijs los. Het lijkt wel op een vervelling. Naderhand komt dan een prachtig kaneelbruine schorslaag te voorschijn. De struiken behouden hun blad gedurende de winter. Strenge vorst is echter niet bepaald bevorderlijk; het blad lijdt dan namelijk wel enige vorstschade. De bladeren staan telkens twee-aan-twee tegenover elkaar. De bovenkant van het blad wordt gekenmerkt door de drie duidelijk zichtbare hoofdnerven op; deze zijn wat lichter van kleur. De bladeren zijn bedekt met een vettig harslaagje. Op de bloemstengels en knoppen zijn duidelijk een groot aantal min of meer kleverige haren te zien. Dit vetlaagje en beharing blijken rijkelijk gevuld te zijn met etherisch oliën waarvan cosmetica-producenten graag gebruik maken.

Aan het eind van het voorjaar komen de bloemknoppen te voorschijn. Zij worden aanvankelijk nog bedekt door enkele jonge bladeren die opvallen rood gekleurd zijn. In juni beginnen de struiken te bloeien. Witte bloemen die na het ontluiken wel een beetje op in elkaar gefrommeld crêpepapier lijken. Ze hebben veel weg van rozen, met een bundel gele meeldraden in het midden. Maximaal 8 tot 10 centimeter in doorsnee. Na de bloeiperiode worden de vruchtdozen zichtbaar. Deze hebben een karakteristieke vorm. Vooral op het moment waarop ze openbarsten en het zaad zich kan verspreiden. Deze vruchtdozen lijken dan precies op een verzameling mini-kaiserbrötchen. De overeenkomst met deze luxebroodjes is treffend.
Aan Cistroos en andere soortgenoten wordt een groot maatschappelijk belang toegekend. Van oudsher haalt men uit blad en zaad allerlei stoffen om in de cosmetica te gebruiken. Etherische oliën en vetzuren. Wetenschappelijk onderzoek heeft ook aangetoond dat bladextracten van Cistroos een remmende invloed hebben op de ontwikkeling van bepaalde groepen bacteriën. Met succes zouden hiermee maagzweren en darmontstekingen kunnen worden bestreden. Er bestaan sterke aanwijzingen dat dit type extracten ingezet kan worden als virusremmer. Dit geldt speciaal voor griepvirussen. Zo zou men bijvoorbeeld enkele jaren geleden succes hebben gehad ten tijde van de vogelgriep. Onlangs werd voorspeld dat de Mexicaanse griep in het komende najaar een pandemische omvang aanneemt. Een oud bekend gezegde luidt: “Wie wat bewaart, heeft wat”. Alle reden dus om zorgvuldig met de Cistroosstruiken in de Botanische en Arcadische tuin om te gaan. Of misschien toch uit voorzorg af en toe op een blaadje ervan kauwen? Op uw gezondheid!

áKaneelbruine kleur van nieuwe bast

Typerende drie hoofdnerven in blad
Kleverige beharing bloemknoppen

Fel rood gekleurd blad om bloemknoppen – ter bescherming

 

Gelijkenis met Kaiserbrötchen


 ß  jonge en oudere zaaddozen

 


naar Plant v.d. week Archief