|
In de winterperiode de fraaie geopende zaaddozen. In het late
voorjaar de felrode bladeren om de bloemknoppen, als een soort
beschutting. In de zomer om de grote witte bloemen, alsof het
echte rozen zijn. En tenslotte in de nazomer de bruine vruchten.
Jaarrond kan men genieten van de deze halfhoge struik, die op
een tweetal plaatsen te vinden is. In de Botanische Tuin boven
op de rotspartij van het Alpinum en direct naast het wandelpad
dat dwars door de Arcadische Tuin loopt.
De familie van de Cistaceae (Zonneroosjesfamilie) is niet erg
groot. In Nederland zijn slechts twee kruidachtige soorten
inheems. Het Gevlekte zonneroosje is van oudsher vooral van de
Waddeneilanden bekend. Het Groot zonneroosje voelt zich alleen
nog maar op de Sint-Pietersberg thuis. Cistroos is niet inheems.
Van nature groeit deze soort in het Middellandse zee gebied:
Griekenland, Turkije, Syrië. Het liefst groeit de soort in droge
en rotsachtig grond, in de volle zon. De struik wordt 1 tot 1,5
meter hoog. Aan het begin van de zomer laat de schors van de
oudere takken strooksgewijs los. Het lijkt wel op een
vervelling. Naderhand komt dan een prachtig kaneelbruine
schorslaag te voorschijn. De struiken behouden hun blad
gedurende de winter. Strenge vorst is echter niet bepaald
bevorderlijk; het blad lijdt dan namelijk wel enige vorstschade.
De bladeren staan telkens twee-aan-twee tegenover elkaar. De
bovenkant van het blad wordt gekenmerkt door de drie duidelijk
zichtbare hoofdnerven op; deze zijn wat lichter van kleur. De
bladeren zijn bedekt met een vettig harslaagje. Op de
bloemstengels en knoppen zijn duidelijk een groot aantal min of
meer kleverige haren te zien. Dit vetlaagje en beharing blijken
rijkelijk gevuld te zijn met etherisch oliën waarvan
cosmetica-producenten graag gebruik maken.
Aan het eind van het voorjaar komen de bloemknoppen te
voorschijn. Zij worden aanvankelijk nog bedekt door enkele jonge
bladeren die opvallen rood gekleurd zijn. In juni beginnen de
struiken te bloeien. Witte bloemen die na het ontluiken wel een
beetje op in elkaar gefrommeld crêpepapier lijken. Ze hebben
veel weg van rozen, met een bundel gele meeldraden in het
midden. Maximaal 8 tot 10 centimeter in doorsnee. Na de
bloeiperiode worden de vruchtdozen zichtbaar. Deze hebben een
karakteristieke vorm. Vooral op het moment waarop ze openbarsten
en het zaad zich kan verspreiden. Deze vruchtdozen lijken dan
precies op een verzameling mini-kaiserbrötchen. De overeenkomst
met deze luxebroodjes is treffend.
Aan Cistroos en andere soortgenoten wordt een groot
maatschappelijk belang toegekend. Van oudsher haalt men uit blad
en zaad allerlei stoffen om in de cosmetica te gebruiken.
Etherische oliën en vetzuren. Wetenschappelijk onderzoek heeft
ook aangetoond dat bladextracten van Cistroos een remmende
invloed hebben op de ontwikkeling van bepaalde groepen
bacteriën. Met succes zouden hiermee maagzweren en
darmontstekingen kunnen worden bestreden. Er bestaan sterke
aanwijzingen dat dit type extracten ingezet kan worden als
virusremmer. Dit geldt speciaal voor griepvirussen. Zo zou men
bijvoorbeeld enkele jaren geleden succes hebben gehad ten tijde
van de vogelgriep. Onlangs werd voorspeld dat de Mexicaanse
griep in het komende najaar een pandemische omvang aanneemt. Een
oud bekend gezegde luidt: “Wie wat bewaart, heeft wat”. Alle
reden dus om zorgvuldig met de Cistroosstruiken in de Botanische
en Arcadische tuin om te gaan. Of misschien toch uit voorzorg af
en toe op een blaadje ervan kauwen? Op uw gezondheid!
|
|