door dhr Antoon Kuhlmann

Bosbingelkruid

 

 

7 maart

“Onbekend maakt onbemind”, zo luidt een bekend gezegde. Toch groeit het eenjarige Tuinbingelkruid vaak in moestuinen en op composthopen. Bosbingelkruid of Overblijvend bingelkruid komt in Nederland slechts zeldzaam voor; de soort groeit van nature eigenlijk alleen in het heuvelland van Zuid Limburg. Beide soorten hebben hun onbekendheid wel een beetje aan zichzelf te danken. Ze zien er nogal onopvallend uit, zo op het eerste gezicht althans.
Bosbingelkruid wordt ongeveer 20 tot 30 centimeter hoog. Het blad is breed langwerpig met een spits toelopende bladpunt. Dit blad lijkt wel wat op dat van Springzaad; dit leidt nogal eens tot verwarring. De spinaziegroene bladkleur nodigde vroeger blijkbaar uit om het blad als groente te gebruiken. Dit is echter niet bepaald aan te raden. Het blad bevat namelijk stoffen die laxerend werken; men krijgt last van verschrikkelijke diarree. Niet voor niets wordt Bingelkruid in Vlaanderen Schijtkruid genoemd. Een weinig aantrekkelijk vooruitzicht.

Bosbingelkruid is eenhuizig en de bloemen zijn eenslachtig. Een bijzonderheid! Elke bloem is óf vrouwelijk (dus alleen stampers) óf mannelijk (heeft alleen meeldraden). Elke plant draagt daarnaast ook nog eens óf alleen vrouwelijke óf alleen mannelijke bloemen. Voor zaadvorming zijn minstens twee planten van verschillend geslacht nodig. De bloemen zijn overigens nauwelijks bijzonder. Een halve centimeter groot en groenachtig gekleurd. De mannelijke bloemetjes zitten aan een schijnaar en dragen telkens 9 of meer meeldraden. Deze schijnaren steken schuin naar boven en buiten de bladeren uit. De bloemen van de vrouwelijke planten staan meestal alleen en zitten min of meer verscholen tussen de bladeren.
Bosbingelkruid komt begin maart al boven de grond. Met alles tegelijk. Dit wil zeggen blad, bloemstelen en bloemknoppen op hetzelfde moment. In de weken erna vouwen de bladeren zich uit, wordt de lichtgroene kleur donkerder en strekken de bloemaren zich. Deze ontwikkeling is een beetje te vergelijken met het verschijnen van een vlinder of een libelle uit een cocon: poten, ogen, kop en vleugels zijn direct na het ‘uitsluipen’ zichtbaar maar het duurt een paar uur voordat alle lichaamsdelen de juiste afmetingen hebben gekregen en op kleur zijn gekomen.
Bosbingelkruid groeit bij voorkeur op de donkerste plekken in het eiken-beukenbos. Net zoals Klimop stelt de soort nauwelijks eisen aan de hoeveelheid licht. Echt prettig voelt de soort zich wanneer er sprake is van stromend grondwater. De soort heeft een hekel aan stilstaand grondwater. De planten van Bosbingelkruid hebben dicht vertakte wortelstelsels, die samen een compacte kluwen vormen. Voor andere planten(soorten) is er hierdoor nauwelijks plaats. Dit hechte wortelstelsel draagt er toe bij dat de grond prima vast wordt gehouden. Op boshellingen, begroeid met Bosbingelkruid, treden dan ook nagenoeg nooit bodemerosie of aardverschuivingen op. Ook beekoevers behouden met deze bodemversteviging hun oorspronkelijke loop.

Bij het Philosophenpad (het naambord heeft nog steeds de oorspronkelijke, oude spelling!) door de Botanische tuin groeit een groot plakkaat Bosbingelkruid. Het merendeel hiervan zijn mannelijke planten; slechts enkele vrouwelijke planten. De plek, die het Bosbingelkruid bedekt, wordt elk jaar wel steeds groter. Het is dan ook zaak dat bij het beheer kritisch op deze soort wordt gelet. Wanneer verdere uitwoekering ten koste gaat van andere soorten, zal men hieraan ‘paal en perk’ moeten stellen.
Fijn gewreven of gekneusd blad van Bosbingelkruid ruikt onaangenaam; het stinkt duidelijk naar rotte vis. Bosbingelkruid heeft nog een andere bijzondere eigenschap, namelijk dat het al duizenden jaren wordt gebruikt om wol en linnen te verven. Deze eigenschap blijkt al wanneer men een exemplaar droogt. Gedroogde stengels krijgen dan een typisch metaalblauwe glans. Stoffen krijgen na een verfbad dezelfde blauwe kleur. Alles kleurt echter rood wanneer dit verfbad gemengd wordt met een zuur zoals azijn. Blauw of rood, beide kleuren zijn dus mogelijk, afhankelijk van de samenstelling van het verfbad. Dit tweeledige karakter van Bosbingelkruid komt ook terug in de wetenschappelijke naamgeving: Mercuriallis perennis. Het Latijnse Mercurialis wil zeggen: lijkend op de god Mercurius. Mercurius was niet alleen de godheid die als eerste wees op de geneeskrachtige eigenschappen van planten, ook had hij de gewoonte om onder verschillende gedaanten te verschijnen. De naar deze godheid vernoemde plantensoort kent ook telkens verschillen. Het ene moment kleur deze blauw en op een ander moment weer rood. De plant is óf mannelijk óf vrouwelijk.

Bosbingelkruid had 300 jaar geleden grote wetenschappelijke betekenis. In die tijd kwamen de geleerden er achter dat meeldraden mannelijke en stampers vrouwelijke organen waren. Men vond het wel altijd vreemd dat Bosbingelkruid in twee verschillende vormen voorkwam, in een – na toen eerst duidelijk werd –mannelijke of een vrouwelijke vorm. Rudolf Camerarius ontdekte dat planten pas zaad vormden na bestuiving van de stampers. Met behulp van onder andere Bosbingelkruid – met óf mannelijke óf vrouwelijke planten - bewees hij de geslachtelijke voorplanting van planten.
De god Mercurius verscheen niet alleen onder verschillende gedaanten. Hij stond er ook om bekend dat hij de toekomst kon voorspellen en dat hij het goede nieuws kwam vertellen. Men dacht vroeger dan ook dat het consumeren van enkele mannelijke exemplaren van het naar hem vernoemde Bosbingelkruid zou leiden tot de geboorte van een jongetje. Het opeten van een vrouwelijke plant zou zekerheid geven over de geboorte van een meisje. Bosbingelkruid dat kledingstoffen ook nog eens blauw óf rozerood kleurt. Zie hier een historische onderbouwing waarom babykamers tot op de dag van vandaag nog steeds blauw óf roze worden ingericht. Houd het weinig opvallende Bosbingelkruid daarom in ere.

 

 

 

naar Plant v.d. week Archief

↑Jonge mannelijke planten (maart)

Spinaziegroen blad (mei)

Detail mannelijke bloemen (9 meeldraden)

Vrouwelijke plant met vrouwelijke bloemen

Kleine groene vruchtjes aan vrouwelijke plant

Herfstbeeld Bosbingelkruid:
kenmerkende blauwgroene verkleuring