door dhr Antoon Kuhlmann

Blauwe Knoop

 

30 augustus

Degene, die denkt dat deze aflevering geheelonthouding van alcohol behandelt, heeft het mis. Het gaat over een andere Blauwe knoop, een plant. Eigenlijk gaat deze extra lange aflevering over drie plantensoorten: Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid. Drie soorten drie veel overeenkomsten hebben en vaak lastig van elkaar zijn te onderscheiden.

De overeenkomsten: Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid behoren alle drie tot een en dezelfde familie, namelijk de Kaardebolachtigen. Kenmerkend voor deze familie is dat de stengelbladeren recht tegen over elkaar staan. Deze bladeren lijken wel samengegroeid, zodat rond de stengel een soort langwerpig kommetje ontstaat waarin hemelwater wordt opgevangen. Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid behoren tot drie verschillende geslachten, maar in de Nederlandse flora vertegenwoordigen ze als enige deze soorten. Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid staan alle drie op de ‘Rode Lijst’; ze zijn dus wettelijk beschermd. Alle drie soorten bloeien vanaf het begin van de zomer tot eind september, half oktober. De bloemen van alle drie lijken erg op elkaar: licht blauwviolet gekleurd en zo’n 1½ tot 3½ centimeter in doorsnee. Deze bloemen lijken een beetje op die van een composiet, maar dit is slechts schijn. Er staan wel een groot aantal kleine bloemetjes op een bloembodem (soms plat, soms licht gewelfd, soms duidelijk bolvormig), maar elk afzonderlijk bloemetje is tweeslachtig (bevat dus een stamper én meeldraden). Tevens heeft elk bloempje zowel kelk- als kroonblaadjes. De planten van alle drie soorten worden ongeveer even hoog, zo’n 30 tot 60 centimeter. De bloemstengels steken een beetje ijl uit boven de wortelrozetten.
Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid zijn erg in trek bij insecten; het zijn prima drachtplanten; bijen en vlinders bezoeken de bloemen bijzonder graag. Voor insecten is het gunstig dat deze drie soorten pas gaan bloeien op het moment waarop andere soorten uitgebloeid raken. Spreiding over het jaar! Alle drie soorten zijn van oudsher bekend als geneeskrachtige kruiden; alle drie blijken ze goed voor de behandeling van huidziekten zoals eczeem, schurft of jeuk. Maar ze bleke een goede remedie bij verschrikkelijke ziekten zoals pest en miltvuur. Alles opgetekend in boeken of van generatie op generatie verteld. In de Middeleeuwen noemde men Blauwe knoop ook wel “Duyvelsbete”. Het hoe en waarom staat aan eind van deze aflevering te lezen, in een oud verhaal over ‘de duivel en blauwe knoop’: lees verder. Tot slot nog een laatste overeenkomst: Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid groeien alle drie in de Botanische tuin. Blauwe knoop groeit uitbundig in het heidegedeelte (voorkeur voor wat armere en zure grond); Beemdkroon en Duifkruid bezetten plekken op het Alpinum en profiteren daar van kalkrijkdom, droogte en warmte.
Maar nu de verschillen; daar gaat het immers toch in deze serie om!

Blauwe knoop:
Alle bladeren zijn langwerpig, de bovenste stengelbladeren zijn erg smal maar ongedeeld. De stengel is viltachtig behaard. Halfbolvormig bloemhoofdje (lijkt op [blauw] Engels drop); geen straalbloemen. De omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn priemvormig en verschillen onderling duidelijk in lengte. Vruchtjes vallen al snel uit elkaar.

Beemdkroon:

De onderste bladeren zijn langwerpig, maar naar boven toe steeds meer en dieper ingesneden, geveerd dus niet smal. De stengel is borstelachtig bezet met afstaande haren. De bloemkroon is licht gewelfd, met duidelijke straalbloemen aan de buitenrand. Elk afzonderlijk bloemetje bestaat uit 4 vergroeide bloemblaadjes. De omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn donkergroen, eirond, even groot en overlappen elkaar dakpansgewijs. Vruchtjes vallen al snel uit elkaar.

Duifkruid:

De onderste bladeren zijn langwerpig, grof getand; de stengelbladeren zijn heel diep en fijn ingesneden, uiterst smal. Stengel niet opvallend behaard. De bloemkroon is licht gewelfd, met duidelijke straalbloemen aan de buitenrand. Elk afzonderlijk bloemetje bestaat uit 5 vergroeide bloemblaadjes. De omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn priemvormig en allen nagenoeg even lang. Vruchthoofdjes vormen langere tijd een fraai getekend geheel, met fijn afgetekende structuren.
Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid komen steeds minder voor in het Nederlandse landschap. Ze zijn langzamerhand zeldzaam, al groeien ze in de Botanische Tuin nog rijkelijk. De drie soorten zijn echter niet voor niets wettelijk beschermd. De achteruitgang lijkt onder andere te zijn veroorzaakt door (over)bemesting en verzuring. Drijfmest en dergelijke. Dit gegeven bracht me tot het volgende voorbeeld van ‘aanschouwelijk onderwijs’. In mijn tuin groeien enkele pollen Beemdkroon. In naslagwerken las ik dat de bloemen van Beemdkroon gifgroen verkleurden wanneer ze tabaksrook kwamen. Ik had al 30 jaar geen sigaret aangeraakt, maar het moest toch maar gebeuren voor deze aflevering; ik had nog een oud pakje liggen. Bah en vies. Maar wat ik ook deed: de bloem bleef onaangetast blauwviolet, geen enkele kleurverandering. Later las ik ergens dat de verkleuring zou worden veroorzaakt door het ammoniak in tabak. Dat was nieuws. Nooit geweten dat er in tabak ammoniak zit. Een fles ammoniak heb ik wel in huis. Dus een scheutje hiervan op een schoteltje en een bloemetje daarbij neergelegd. Binnen een minuut ontstond een typisch blauwgroene verkleuring te ontstaan. De foto hiernaast toont het resultaat. U kunt de proef zelf herhalen, maar opgepast: het is een beschermde soort.

Blauwe Knoop

Beemdkroon
detail

Duifkruid
detail

4 bloemblaadjes

5 bloemblaadjes

↑ Viltachtige beharing  stengel Blauwe knoop

Borstelachtige  ↑ beharing Beemdkroon

Blauwe knoop lijkt wat op (blauw) Engels drop

Omwindselblaadjes  Blauwe knoop ↑

Omwindselblaadjes  Duifkruid ↑

(Dakpangewijze) omwindselblaadjes 
Beemdkroon ↑

   Vruchthoofdje van Duifkruid


Groenverkleuring bloem Beemdkroon
onder invloed van ammoniak-damp.
Links: behandeld; Rechts: onbehandeld.

Bloemknop  Duifkruid ↑

Vruchthoofdje Beemdkroon↑

Oud volksverhaal:
de sage van de Duivel en Blauwe knoop.

Heel lang geleden, vele honderden jaren terug leefde er op het platteland een meisje. Zij was de dochter van een arme molenaar. Ze had aan alles tekort; vaak was er nauwelijks genoeg om te eten. Haar moeder en haar broer waren al eerder ziek geworden en uiteindelijk gestorven. Deze begrafenissen en de armoede werden haar duidelijk te veel. Al die ellende kon ze niet meer verdragen. Ze werd ten einde raad toen op een zekere dag ook haar vader ernstig ziek werd. Een besmettelijke ziekte die ongetwijfeld dodelijk zou aflopen. Ten einde raad, verzuchtte ze dat ze er alles voor over zou hebben had om haar vader beter te maken. Daarop verscheen direct de duivel. Hij bood haar de sleutel aan die toegang zou geven tot de geheime wereld van de geneeskrachtige planten. Maar alleen in ruil voor haar ziel. Zonder enige aarzeling ging zij met de duivel deze overeenkomst aan. Met als resultaat dat haar vader, de oude molenaar weldra genas. En het meisje bleek daarna plotseling erg veel te weten van de helende werking van allerlei planten in hun omgeving. Met de plantenkennis, die ze van de duivel had ‘gekocht’ maakte ze de zieken in haar dorp voortdurend beter. Haar bekendheid breidde zich steeds verder uit, tot ver buiten haar dorp. Men beschouwde haar langzamerhand als een soort heilige. De duivel zag dit allemaal met afgrijzen aan, raakte ontstemd en verbrak de overeenkomst. Erger nog. Hij maakte het meisje blind, zodat ze voortaan geen geneeskrachtige planten meer kon zoeken en klaar maken. Nu was het destijds, in de Middeleeuwen normaal om blindheid genezen met de wortel van de Blauwe knoop. Het meisje zou dus zeker niet in het bezit mogen komen van deze plant. Daarom beet de duivel een stuk af van de wortel van de Blauwe knoop, met de bedoeling om de plant van haar geneeskracht te ontnemen. Tot op de dag van vandaag is de wortelstok van Blauwe knoop een kort stompje, lijkt deze als het ware afgebeten… ja, door de duivel. Vanaf die kwade dag heeft men ook nooit meer ogen kunnen genezen met Blauwe knoop. Gewone mensenogen zijn zelfs bijna niet meer in staat om de schoonheid van Blauwe knoop te bewonderen. Daarvoor gebruikt men tegenwoordig een loep of een ander sterk vergrootglas.
Nota Bene. In het Nederlandse taalgebied noemen we deze plant Blauwe knoop. Bij de benaming in het Duits en in het Engels leeft de oude overlevering nog steeds voort: “Teufelsabbiss” en “Devilsbit”. Toch maar weer de oud-Nederlandse naam Duyvelsbete?

 

 

 

 

 

naar Plant v.d. week Archief