|
De overeenkomsten: Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid behoren
alle drie tot een en dezelfde familie, namelijk de
Kaardebolachtigen. Kenmerkend voor deze familie is dat de
stengelbladeren recht tegen over elkaar staan. Deze bladeren
lijken wel samengegroeid, zodat rond de stengel een soort
langwerpig kommetje ontstaat waarin hemelwater wordt opgevangen.
Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid behoren tot drie
verschillende geslachten, maar in de Nederlandse flora
vertegenwoordigen ze als enige deze soorten. Blauwe knoop,
Beemdkroon en Duifkruid staan alle drie op de ‘Rode Lijst’; ze
zijn dus wettelijk beschermd. Alle drie soorten bloeien vanaf
het begin van de zomer tot eind september, half oktober. De
bloemen van alle drie lijken erg op elkaar: licht blauwviolet
gekleurd en zo’n 1½ tot 3½ centimeter in doorsnee. Deze bloemen
lijken een beetje op die van een composiet, maar dit is slechts
schijn. Er staan wel een groot aantal kleine bloemetjes op een
bloembodem (soms plat, soms licht gewelfd, soms duidelijk
bolvormig), maar elk afzonderlijk bloemetje is tweeslachtig
(bevat dus een stamper én meeldraden). Tevens heeft elk bloempje
zowel kelk- als kroonblaadjes. De planten van alle drie soorten
worden ongeveer even hoog, zo’n 30 tot 60 centimeter. De
bloemstengels steken een beetje ijl uit boven de wortelrozetten.
Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid zijn erg in trek bij
insecten; het zijn prima drachtplanten; bijen en vlinders
bezoeken de bloemen bijzonder graag. Voor insecten is het
gunstig dat deze drie soorten pas gaan bloeien op het moment
waarop andere soorten uitgebloeid raken. Spreiding over het
jaar! Alle drie soorten zijn van oudsher bekend als
geneeskrachtige kruiden; alle drie blijken ze goed voor de
behandeling van huidziekten zoals eczeem, schurft of jeuk. Maar
ze bleke een goede remedie bij verschrikkelijke ziekten zoals
pest en miltvuur. Alles opgetekend in boeken of van generatie op
generatie verteld. In de Middeleeuwen noemde men Blauwe knoop
ook wel “Duyvelsbete”. Het hoe en waarom staat aan eind van deze
aflevering te lezen, in een oud verhaal over ‘de duivel en
blauwe knoop’: lees verder. Tot slot nog een laatste
overeenkomst: Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid groeien alle
drie in de Botanische tuin. Blauwe knoop groeit uitbundig in het
heidegedeelte (voorkeur voor wat armere en zure grond);
Beemdkroon en Duifkruid bezetten plekken op het Alpinum en
profiteren daar van kalkrijkdom, droogte en warmte.
Maar nu de verschillen; daar gaat het immers toch in deze serie
om!
Blauwe knoop:
Alle bladeren zijn langwerpig, de bovenste stengelbladeren zijn
erg smal maar ongedeeld. De stengel is viltachtig behaard.
Halfbolvormig bloemhoofdje (lijkt op [blauw] Engels drop); geen
straalbloemen. De omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn
priemvormig en verschillen onderling duidelijk in lengte.
Vruchtjes vallen al snel uit elkaar.
Beemdkroon:
De onderste bladeren zijn langwerpig, maar naar boven toe steeds
meer en dieper ingesneden, geveerd dus niet smal. De stengel is
borstelachtig bezet met afstaande haren. De bloemkroon is licht
gewelfd, met duidelijke straalbloemen aan de buitenrand. Elk
afzonderlijk bloemetje bestaat uit 4 vergroeide bloemblaadjes.
De omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn donkergroen,
eirond, even groot en overlappen elkaar dakpansgewijs. Vruchtjes
vallen al snel uit elkaar.
Duifkruid:
De onderste bladeren zijn langwerpig, grof getand; de
stengelbladeren zijn heel diep en fijn ingesneden, uiterst smal.
Stengel niet opvallend behaard. De bloemkroon is licht gewelfd,
met duidelijke straalbloemen aan de buitenrand. Elk afzonderlijk
bloemetje bestaat uit 5 vergroeide bloemblaadjes. De
omwindselblaadjes onder het bloemhoofdje zijn priemvormig en
allen nagenoeg even lang. Vruchthoofdjes vormen langere tijd een
fraai getekend geheel, met fijn afgetekende structuren.
Blauwe knoop, Beemdkroon en Duifkruid komen steeds minder voor
in het Nederlandse landschap. Ze zijn langzamerhand zeldzaam, al
groeien ze in de Botanische Tuin nog rijkelijk. De drie soorten
zijn echter niet voor niets wettelijk beschermd. De
achteruitgang lijkt onder andere te zijn veroorzaakt door
(over)bemesting en verzuring. Drijfmest en dergelijke. Dit
gegeven bracht me tot het volgende voorbeeld van ‘aanschouwelijk
onderwijs’. In mijn tuin groeien enkele pollen Beemdkroon. In
naslagwerken las ik dat de bloemen van Beemdkroon gifgroen
verkleurden wanneer ze tabaksrook kwamen. Ik had al 30 jaar geen
sigaret aangeraakt, maar het moest toch maar gebeuren voor deze
aflevering; ik had nog een oud pakje liggen. Bah en vies. Maar
wat ik ook deed: de bloem bleef onaangetast blauwviolet, geen
enkele kleurverandering. Later las ik ergens dat de verkleuring
zou worden veroorzaakt door het ammoniak in tabak. Dat was
nieuws. Nooit geweten dat er in tabak ammoniak zit. Een fles
ammoniak heb ik wel in huis. Dus een scheutje hiervan op een
schoteltje en een bloemetje daarbij neergelegd. Binnen een
minuut ontstond een typisch blauwgroene verkleuring te ontstaan.
De foto hiernaast toont het resultaat. U kunt de proef zelf
herhalen, maar opgepast: het is een beschermde soort. |
|
↑
Blauwe Knoop |
|
|
 |
 |
|
Beemdkroon
↑
detail
↓ |
Duifkruid
↑
detail
↓ |
|
 |
 |
|
4
bloemblaadjes↑ |
5
bloemblaadjes↑ |
 |
 |
|
↑ Viltachtige beharing stengel
Blauwe knoop |
Borstelachtige ↑ beharing Beemdkroon |
 |
 |
|
Blauwe knoop lijkt wat op (blauw)
Engels drop |
 |
 |
|
Omwindselblaadjes Blauwe knoop ↑ |
Omwindselblaadjes Duifkruid ↑ |
 |
|
(Dakpangewijze) omwindselblaadjes
Beemdkroon ↑ |
|
|
 |
|
↑
Vruchthoofdje van Duifkruid |
|