|
Al in februari steken de donkergroene bladeren boven de
bosbodem uit. De bladvorm is kenmerkend. De bladeren van beide
soorten kunnen paarszwarte vlekken hebben. Het blad van de
Italiaanse Aronskelk is sterk driehoekig, pijlachtig van vorm;
dat van de Gevlekte Aronskelk is vaker enigszins afgerond. Het
blad van de Italiaanse aronskelk kent lichtgekleurde nerven; bij
Gevlekte Aronskelk is dit niet het geval. Hierbij moet wel
aangetekend worden, dat de soorten onderling gemakkelijk
kruisen. Een ander verschil is de kleur van de bloeikolf: die
van de Gevlekte Aronskelk is paars of grijs; die van Italiaanse
Aronskelk opvallend geel. Eerstgenoemde soort bloeit vroeg in
het voorjaar; de laatste aan het eind van de lente. De
uitzonderlijk warme aprilmaand van dit jaar heeft hierbij ook in
Hortus Arcadië wel voor enige verwarring gezorgd!
In dit Darwin-jaar valt over de bloei van Aronskelken nog wel
iets interessants te melden. Aronskelken behoren namelijk tot de
meest ontwikkelde plantenfamilies. Vergelijkbaar met Orchideeën.
Op het eerste gezicht duidt men de groenachtige toegespitste
bloemstengel als de echte bloem. In werkelijkheid is dit echter
slechts de bloeiwijze. Het omhullende “bloem’blad ontvouwt zich,
geelgroenig aan de binnenkant, waarbij een knotsvormige
bloemkolf zichtbaar wordt. In het verborgene, aan de basis van
deze bloemkolf zitten een reeks aparte bloemen. Hiernaast staat
een afbeelding die om ter toelichting hiervoor speciaal door
midden is gesneden. Helemaal onderaan een groep louter
vrouwelijke bloemen (zij vormen later ook de bessen) en
daarboven enkele kringen met alleen mannelijke bloemen. Deze
eenslachtige bloemen worden omgeven door de bloemkolf en vormen
de zgn. ‘ketel’ . De temperatuur in deze besloten ruimte stijgt.
Daarbij ontstaat ook een soort rottingslucht waardoor allerlei
mugjes en vliegjes worden aangetrokken. Deze glijden via de
gladde bloeischede naar beneden en kunnen niet meer ontsnappen
omdat de ingang van de ketel met een rij haren is afgesloten. Ze
kunnen er wel in, maar er niet uit. Deze insecten zorgen voor de
bestuiving. Als de bloem verdort, krijgen de beestjes hun
vrijheid terug. Uiteindelijk verschijnen in het najaar aan de
oorspronkelijke bloemstengels tal van feloranje/rode vruchten,
als een soort trommelstokken of reuzenlollies.
Vroeger werd de wortelknol van Aronskelk - na lang koken -
wel gegeten. Vanwege het zetmeel erin. Maar toch is het oppassen
geblazen; er zijn veel vergiftigingsgevallen bekend, vooral
wanneer delen van de plant rauw werd gebruikt. Dus sterk
afgeraden het te proberen! Het blad van Aronskelk zit vol met
uiterst scherpe, naaldvormige kristallen (calcium oxalaat). Rauw
gegeten leidt dit direct tot ernstige verwondingen van onze
slokdarm. Slakken stoppen daarom ook al heel erg snel met het
aanvreten van deze sappige en ogenschijnlijk aantrekkelijke
groene bladeren.
Last van slakken in uw tuin? Plant aronskelken! De
Aronskelkfamilie herbergt een groot aantal soorten. Onder andere
bekende soorten uit onze woonkamer zoals de bekende rode
Lakanthurium of de vaak in rouwkransen gebruikte witte
Zantedeschia (Calla). In Hortus Arcadië is dit voorjaar nog een
ander familielid ontdekt: het Muizenstaartje (wetenschappelijke
naam Arisarum proboscideum). Waarschijnlijk staat deze soort er
al tientallen jaren, maar is hij steeds over het hoofd gezien.
Het blad van deze soort lijkt namelijk sprekend op dat van de
Gevlekte Aronskelk. De bloemen zitten echter volledig weggestopt
onder het blad, op een bloemsteeltje van slechts een paar
centimeter lang. De vuilroze bloeiwijzen dragen aan het uiteinde
een staartachtige uitgroei van soms wel 20 centimeter lang. |
|