door dhr Antoon Kuhlmann

Mispel

 

4 oktober

“Zo rot als een mispel.” Menigeen kent dit gezegde wel, maar begrijpt niet altijd waarbij het hier om gaat. Deze aflevering van “plant van de Week” kan daarbij helpen. Dit keer gaat het namelijk om de mispelaar en de mispel. Een mispel is namelijk de vrucht die aan een mispelaar of te wel aan een mispelboom hangt.
De mispel is afkomstig uit West Azië (het huidige Iran – Irak). Duizenden jaren geleden werd deze fruitboom al in het Perzische rijk geteeld. De Grieken en Romeinen namen hem meer naar hun streken en importeerden hem rond het begin van onze jaartelling in West Europa. Omdat citrusbomen in ons land niet konden gedijen, vormden mispelbomen tot het eind van de Middeleeuwen een belangrijke leverancier van Vitamine C (men wist toen al wat gezond was en wat niet, al had men nog geen
enkele notie van het begrip ‘vitamine’). Men beschouwt de soort tegenwoordig als inheems. In het Limburgse heuvelland groeien bomen in bosranden, houtwallen en heggen. Af en toe kan men hem ook aantreffen in de stuwwalbossen in de omgeving van Nijmegen. De Botanische Tuin kent ook een aantal fraaie exemplaren; ze staan langs sommige bospaden.

Afgezien van de mispelvrucht, zijn ook bloem en blad de moeite waard. Het blad van geen enkele boomsoort voelt zo zacht aan als dat van de mispelboom. Het 5 tot 15 centimeter lange blad is zacht als vilt of heel fijne lamswol. Dit donkergroene blad verkleurt tijdens de herfstmaanden in allerlei prachtig gele en bruine kleuren. In mei- juni verschijnen forse, crèmewitte bloemen. Die bloemen verspreiden ook nog eens een heerlijke geur. Uit de bloemen ontwikkelen zicht ronde, goudbruine schijnvruchten, de mispels. Ze zijn enigszins schotelvormig afgeplat en aan de bovenkant “versierd” met de vijf uitgegroeide kelkbladen van de bloem. De vruchten blijven meestal nog lang na het afvallen van het blad hangen aan de kale boomtakken. Als ze tenminste de kans daartoe krijgen. De auteur A.M. de Jong beschrijft in zijn meerdelige streekroman de kwajongenstreken van Merijntje Gijzen, waarbij hij met zijn broertje Arjaan mispels gaat jatten uit de tuin van de pastoor. Uiteraard wordt bij daarbij betrapt en vervolgens gestraft.

De mispel is een schijnvrucht, want in het sappige vruchtvlees zitten de vijf eigenlijke, zwarte steenvruchten. Deze pitten kan maar beter uitspugen, want ze hebben een zeer laxerende uitwerking.
Mispels krijgen hun lekkere zoetzure smaak pas nadat er een nachtvorst over is gegaan. Eerder zijn mispels niet te eten. Door de lage temperatuur begint een gistingsproces, waardoor het vruchtvlees van de mispels zacht en zoet wordt. Tegenwoordig is deze lage temperatuur natuurlijk uitstekend na te bootsen door de mispels een paar dagen (met de steeltjes naar boven) in de diepvriezer te leggen. Waarom die steeltjes naar boven moeten? Geen idee! Na de vorstperiode kan men de mispels consumeren. Bijvoorbeeld door er eerst mispelmoes van te maken (een paar minuten koken, daarna pureren en zeven). Ook kan men ze rauw eten: met beide handen openbreken en daarna het vruchtvlees – ongegeneerd – uit beide helften slurpen. Het kan ook netjes, namelijk met een lepeltje.
Mispels worden al eeuwenlang gebruikt in adellijke familiewapens. In bijvoorbeeld het wapen van de graven van Gelre staan altijd drie gestileerde mispels afgebeeld.
Het gezegde “zo rot als een mispel” gebruikt men tegenwoordig dikwijls met enige negatieve betekenis. De eigenlijke strekking is een stuk positiever, namelijk dat een mispel erg smakelijk is wanneer deze een beetje verrot is …. mits men de mispels maar niet te lang bewaard. Misschien kunt u voortaan wat vaker een ander, bijna vergeten gezegde gebruiken: “Met geld en stro rijpen de mispels”. Het was namelijk een goede gebruik om mispels droog, liggend op stro te bewaren. Dit oude gezegde betekent dan ook zoveel als: met wat geduld zal alles heus wel goed komen!








 


Mispelboom in knop ↑ en met  bloem↓

Wapen van gelre

 

naar Plant v.d. week Archief