door dhr Antoon Kuhlmann

Kerstroos

 

20 december

Al vele jaren lang plaatsen tuinliefhebbers de Kerstroos op een van de bovenste plaatsen in de TOP-10 met meest gewaardeerde planten. Vreemd eigenlijk dat deze soort zo hoog scoort, terwijl ze bloeit in een periode waarop bijna geen mens in zijn tuin komt; laat staan er dan van geniet. Jas aan en gauw weer naar binnen! Na een stevige vorstperiode zien de planten er ook nog eens behoorlijk verfomfaaid uit. Tevens zijn alle delen van de plant uiterst giftig. Men kan naderhand maar beter zijn handen wassen. Waarom is Kerstroos dan toch zo populair? Hieraan werkt natuurlijk

mee dat dit de enige bloeiende soort is in hartje winter. In deze periode trekt een Kerstroos alle aandacht naar zich toe. Zelfs op de donkerste dagen van december wijst een bloeiende Kerstroos erop dat de lente in aantocht is. Het kan niet lang meer duren. Moed en vertrouwen; licht en hoop. Wie heeft geen glimlach bij het ontdekken van een bloeiende Kerstroos in zijn tuin?

De wetenschappelijke naam van Kerstroos luidt Helleborus niger. De voorste benaming is een samenvoeging van twee Griekse woorden: hellein (doden) en bora (voedsel). Dodelijk voedsel dus! Het Latijnse woord niger slaat op de zwarte kleur van de wortels. Kerstroos (Helleborus niger) bloeit met opvallend grote, witte bloemen. De planten worden niet hoger dan 20 – 30 centimeter. Tijdens mijn wandelingen door de Botanische Tuin heb ik deze soort niet aangetroffen. Wel andere leden van hetzelfde geslacht. Zoals paarsgroen bloeiende Helloborus orientalis (orientalis = oosters) in de Arcadische tuin en Helloborus foetidus (Stinkend nieskruid; foetidus = stinkend) op het Alpinum en bij de Holleweg.

Het geslacht Helleborus maakt deel uit van de Ranonkelfamilie. Beter bekende soorten zijn bijvoorbeeld Boterbloem, Speenkruid of Bosanemoon. Allemaal soorten die ook vroeg in het voorjaar beginnen te bloeien. Zoals van veel leden van de Ranonkelfamilie lijken de Helleborus-bloem op een klein schoteltje, met middenin een groep gele of witte meeldraden. De bloemen van Stinkend Nieskruid zien er echter net iets anders uit. Hun bloemdekbladeren vormen als het ware een bolrond, groengeel vaasje waarvan de bovenrand met een paarsrood randje is versierd. De bloemen hangen in grote trossen naar beneden. De jonge, lichtgroene en dicht bebladerde bloemstengels zijn aan het eind van de herfst al duidelijk zichtbaar. Net boven de grond bevinden zich een aantal donkergroene, waaiervormige en diep ingesneden basisbladeren.
Helleborus-soorten komen van nature niet in Nederland voor. Het zijn immigranten, aangevoerd vanuit Centraal en Zuid(west) Europa. De klimatologische omstandigheden hier komen niet echt overeen met hun wensen. Ze hebben een voorkeur voor een kalkrijke, vochtige, schaduwrijke en goed ontwaterde groeiplaats. Ze behoren dus eigenlijk niet tot onze inheemse flora. Af en toe treft men in de vrije natuur nog wel eens een exemplaar aan. Meestal is er dan sprake van verwilderde planten, in het verleden soms bewust aangeplant met het oog op hun medicinale eigenschappen. (Oosterse) Kerstroos is een typische tuinplant. Stinkend nieskruid en Wrangwortel (Helloborus viridis) voelen zich in Zuid Limburg en in de buurt van Nijmegen nog wel enigszins thuis.

Stinkend nieskruid maakt zijn naam niet bepaald waar; men moet echt zijn best doen om iets onaangenaams ruiken. Alle delen van de plant zijn giftig, maar niet voor alle levende wezens. Muizen en slakken vreten de planten bijvoorbeeld graag aan. Konijnen echter hebben er een uitgesproken hekel aan. En de mens? Voor hen is de plant écht zwaar giftig. Verstikking, hartstoornissen en uiteindelijk hartstilstand zijn niet uitgesloten. Desondanks gebruikte men vroeger gedroogde en daarna gemalen wortels als een huismiddeltje om wormen en luizen te bestrijden. Een paardenmiddel! Ook verwerkte men gemalen wortels tot nieskruid. Het spul verstoorde nu eenmaal de ademhaling waarbij flinke niesbuien werden opgewekt. Dit niesen zou dan weer ruimte en lucht geven waarna men weer aan de beterende hand zou zijn. Niet voor niets zijn we in ons taalgebied gewoon om iemand “Gezondheid” te wensen nadat hij luidkeels heeft geniest. In het Engelse taalgebied heeft men al eeuwenlang een veel minder positieve gewoonte. Daar zegt men na een niesbui “Bless you” . Een verbastering van “God bless you”. Deze wens dateert uit de tijd van de grote pestepidemieën (13e, 14e, 15e eeuw). Was het echt pest? Of waren het misschien wel ernstige vormen van Mexicaanse griep of Q-koorts? In elk geval was niesen destijds de eerste én onherroepelijke aanwijzing dat men de gevreesde ziekte onder de leden had. Nieste men, dan was men dus eigenlijk reddeloos verloren. Men volstond daarom met de wens: “Moge God je zegenen”. In tegenstelling tot ons optimisme bij het niesen is aan de overkant van de Noordzee sprake van berusting in het onvermijdelijke.
Tot slot nog de oude legende die verhaalt hoe de naam “Kerstroos” ontstond. Een arm boerenmeisje had gehoord van de geboorte van Christus in een stal bij Bethlehem. Ze wilde dolgraag op kraambezoek, maar besefte ook dat ze te arm was om een cadeautje mee te nemen. Hier werd ze zo verdrietig van dat ze dikke tranen huilde. Haar tranen vielen in de witte sneeuw. Plotseling groeiden op de plekken, waar haar tranen de sneeuw hadden doen smelten, prachtig bloeiende bloemen. Christus- of Kerstrozen. Zo kon ze als cadeau alsnog een bos bloemen plukken. Een romantisch slot. Nu, 2009 jaar later, is Helleborus – evenals alle andere planten - nog steeds een godsgeschenk.

 

 

 

 

 

naar Plant v.d. week Archief

Kerstroos (Helleborus niger)

Oosterse Kerstroos
(Helleboris orientalis)

Waaiervormige bladeren Stinkend nieskruid (Helleboris foetidus)

Vorming nieuwe bloemstengel
- november - Stinkend nieskruid

Bloeiende Stinkend nieskruid