door dhr Antoon Kuhlmann

Guldenroede

 

16 augustus



↓echte Guldenroede↑

Guldenroede kent een groep fervente liefhebbers, maar even zo veel mensen hebben er een hekel aan en vinden die plant maar niks. Alle reden om eens wat aandacht aan deze ‘gewone’ soort te schenken.
Iedereen kent de Guldenroede waarschijnlijk wel. Hele bossen met – de hele zomer lang – uitbundig gele bloempluimen. Groeiend in de uiterwaarden langs de grote rivieren, op braakliggend terrein, in de bermen van wegen en spoorbanen. Een woekerplant, die halverwege de 19e eeuw vanuit Noord Amerika naar Europa is ingevoerd. Dit soort planten, die hier van nature niet thuishoren, duiden we aan als “Neofyten”, d.w.z. ‘nieuwe planten’. Guldenroede produceert erg veel nectar en trekt daardoor allerlei insecten aan. Men introduceerde deze plant daarom destijds uit Amerika vanwege het belang voor de teelt van honingbijen. Het is echter volledig uit de hand gelopen.

Vooral in Midden Europa vormen de Amerikaanse guldenroedesoorten een ware plaag in natuurgebieden. De groeikracht blijkt enorm. De wortels van deze soorten maken een dicht netwerk waarbij geen groeiruimte meer overblijft voor andere planten. De wortels schijnen zelfs een stof te produceren welke als een soort vergif werkt op de groei van andere soorten.
Eigenlijk betreft het hier twee verschillende soorten: de Canadese guldenroede (Solidago canadensis) en de Late guldenroede (Solidago gigantea). Beide soorten lijken erg op elkaar, maar ze hebben toch enkele duidelijke verschillen. De Canadese guldenroede wordt namelijk meestal niet hoger dan 1.00 meter; de onderkans van het blad is groen en licht behaard; ook het bovenste gedeelte van de stengel is een beetje behaard. De Late guldenroede wordt nog eens een stuk groter, tot soms wel ruim 1½ meter hoog. De takjes met bloemen buigen ver zijwaarts uit en vormen een soort waaier. De onderkant van het lancetvormige blad is blauwgroen en niet behaard. Ook de paarsrode stengel is niet behaard.
Heeft men deze plantensoorten eenmaal in zijn tuin, dan dient men ieder jaar met schop en riek actie ondernemen. Laat men dit na, dan raken bloemenborders binnen enkele jaren overwoekerd. Desondanks is het een gewaardeerde snijbloem. Bloemisten gebruiken de heldergele bloemtakken graag in zomerboeketten: goed houdbaar in een vaas, ruim verkrijgbaar, goed vullend en … goedkoop.
In Nederland groeit van oorsprong nog een guldenroedesoort, namelijk de Echte guldenroede. De plant wordt echter steeds zeldzamer en staat als beschermde soort dan ook op de zgn. Rode Lijst. Met de nodige omzichtigheid koesteren medewerkers van Hortus Arcadië de enkele exemplaren in het heidegedeelte van de Botanische Tuin. Indringers van ‘Noord Amerikaanse oorsprong’ verwijderen ze zorgvuldig, ook om te voorkomen dat kruisbestuiving plaats vindt en de inheemse soort overwoekerd raakt. De wettelijke beschermde Echte guldenroede wil men kost wat kost handhaven.
Echte guldenroede is relatief gemakkelijk te onderscheiden van de Amerikaanse concurrentie. De soort wordt met circa 50 – 75 centimeter lang niet zo hoog. De bladeren worden van beneden naar boven geleidelijk korter en smaller. De zijtakjes met bloemen buigen niet zijwaarts af, maar staan borstelvormig schuin en recht naar boven. De afzonderlijke bloemetjes zijn groter dan de concurrentie. De gele lintbloemen steken duidelijk buiten de bloemhoofdjes uit.

De wetenschappelijke naam van Echte guldenroede luidt Solidago virgaurea. Het Latijnse solidus duidt op ‘sterk, stevig of gezond’. Ago staat voor het werkwoord ‘maken’. Opvallend is de wetenschappelijke toevoeging virgaurea. In de Middeleeuwen gaf men de plant namelijk al de naam Virga aurea; dus zonder ‘Solidago’ ervoor. Virga aurea betekent zo veel als gouden bezem, gouden takkenbos. In het Frans spreekt men nog steeds over Verge d’or. In Midden Brabant wordt de soort van oudsher ook wel ‘Damesveer’ genoemd, maar iets zuidelijker in Vlaanderen en in de Kempen duikt de naam ‘Gouden bezem’ en ‘Goudenregen’ op.

Echte Guldenroede is niet alleen vanwege zijn zeldzaamheid bijzonder. In de volksgeneeskunst wordt aan deze soort ook nog eens tal van goede eigenschappen toegekend. Thee, getrokken van de bladeren, blijkt bijna overal goed voor te zijn. Vooral bij nier- en blaasproblemen, maar ook in geval van darm-, mond- en huidontstekingen, reuma of jicht. Zelfs kinderen met kinkhoest kunnen er baat bij hebben. Af en toe komen geluiden naar voren dat de massale groei van (de Noord Amerikaanse) Guldenroede hooikoorts zou bevorderen. Dit is niet juist. Waarschijnlijk verwarmt men Guldenroede dan met de Alsemambrosia die ook in de zomer tot laat in het najaar bloeit. Bij de massale groei van Guldenroede ontstaat vanzelfsprekend wel veel stuifmeel, maar dit stuifmeel is te zwaar voor verspreiding door de lucht.
Afgezien van het speurtocht naar medicinale kwaliteiten van Guldenroede, hebben onderzoekers in de 20e eeuw nog andere experimenten uitgevoerd. Zo blijken de stengels een rubberachtige substantie te bevatten. Wellicht een prima vervangingsmiddel voor natuurrubber. Geprobeerd is deze substantie te winnen, maar een groot succes werd dit niet. Het moet niemand verwonderen wanneer iemand deze draad in de nabije toekomst toch weer eens oppakt.
 
Alle guldenroedesoorten trekken veel insecten aan: vliegen, dag- en nachtvlinders, bijen, hommels, wespen


á echte guldenroede

Late guldenroede: in knop (↑)
en in volle bloei ( ↓)

 
detail bloeiwijze Late guldenroede

naar Plant v.d. week Archief