door dhr Antoon Kuhlmann

Grote Centaurie

 

22 juni

Over de meeste planten is wel iets bijzonders te vertellen. Sommige planten zijn zo fraai om te zien dat dit gegeven alleen al genoeg reden is voor aandacht. De Grote centaurie is zo’n soort die in de categorie “buitengewoon” valt. De soort staat op de Rode Lijst en is in Nederland dus streng beschermd.
De soort groeit bij voorkeur in wat droger en tamelijk kalkrijk grasland. Het liefst met wat extra warmte, dus tegen een helling aan. Lekker in de zon.Daarom is Grote centaurie vooral te vinden in Zuid Limburg. Ook in de Botanische Tuin staat hij vanaf begin juni al volop in bloei, in de grashellingen onder aan de voet van het Alpinum.

De wetenschappelijke naam van Grote centaurie luidt Centaurea scabiosa. Anders dan men wellicht denkt, is het eerste gedeelte van deze naam geen Latijn maar Grieks. Het duidt waarschijnlijk op een bergachtig gebied in dit land. “Scabiosa” wijst op schurft; in vroegere tijden werd Centaurie waarschijnlijk gebruikt bij de behandeling van deze huidziekte. Grote centaurie behoort tot de familie van de composieten: ‘samengesteld bloemigen’. De grote paarsrode bloem, soms wel 5 centimeter in doorsnee, is dus eigenlijk een verzameling van een groot aantal kleinere bloemetjes, die allemaal bij elkaar worden gehouden door een krans groene omwindselblaadjes. Wat we op het eerste gezicht als bloem beschouwen is dus eigenlijk een grote kluwen bloemetjes. Bloemetjes die meestal ook nog eens verschillend van vorm zijn. Aan de buitenkant van Grote centaurie zit een rand met ver uitstekende, bijna trompetachtige bloemen.
Dit zijn zogenoemde lokbloemen, bedoeld om insecten aan te trekken. Deze lokbloemen bezitten geen voorplantingsorganen zoals meeldraden of stampers. De grote groep buisvormige bloemen in het midden hebben wel meeldraden en stampers.

Dit keer enige speciale aandacht aan meeldraden en stuifmeel. Een grote groep planten zijn zogenaamd windbestuivers. Berk, populier, hazelaar en naaldbomen zijn hiervan voorbeelden. Deze planten produceren een geweldig grote hoeveelheid stuifmeel. Dit wordt door de wind verspreid…. in de hoop dat op deze manier andere bloemen worden bevrucht. Bij een andere groep planten zorgen insecten voor de verspreiding van het stuifmeel. Op zoek naar honing komen insecten op de bloemen af; stuifmeel hecht zich daarbij aan het harige insectenlijf of aan hun poten. Hierna vliegen ze naar een volgende bloem. Zo verspreiden ze het stuifmeel van de ene naar de andere bloem en zorgen er voor bevruchting tot stand komt. Bij Grote centaurie is iets speciaals aan de hand. Deze plantensoort wordt weliswaar door insecten bestoven maar er is totaal geen sprake van verkwisting. “Ons bin zunig!” De meeldraden met het stuifmeel zitten opgesloten in kokervormige buisbloemen. Alleen wanneer een insect deze bloemen aanraakt, buigen de meeldraden naar buiten en kan het stuifmeel zich aan de bezoeker hechten. Dit gebeurt echter alleen wanneer dit insect voldoende zwaar is. Een vlieg of een vlinder, zelfs een bij wordt te licht bevonden. Grote centaurie houdt van zwaargewichten, van hommels! Alleen bij bezoek van een dikke hommel buigen de meedraden naar buiten. Bijna altijd zijn in de buurt van een bloeiende Grote centaurie daarom wel hommels te ontdekken.

Een andere bijzonderheid zijn de omwindselblaadjes die de groep bloemetjes samengebundeld houden. Elk omwindselblaadje is een kunstwerk op zich. Groengrijs van kleur, alsof ze geëmailleerd zijn. Ze zijn als het ware afgebiesd met een donker gekleurde franjerand. De overbekende blauwe Korenbloem (Centaurea cyanus) is een naast familielid van de Grote centaurie, evenals Knoopkruid (Centaurea jacea) dat vaak in bloemrijke bermen groeit. Ook deze soorten hebben mooi getekende omwindselblaadjes, maar bij lange na niet zo fraai als die van Grote centaurie.

Grote centaurie met steriele lokbloemen
Specialist voor hommels!
Kamvormige gefranjerde omwindesel-
blaadjes van Grote centaurie

“Korenbloemblauw” Knop Korenbloem

naar Plant v.d. week Archief