Gele kiloknallers zijn het alle drie. Toverhazelaar, Forsythia
en Gele kornoelje. Heestersoorten die aan het eind van de winter
bloeien, nog voordat ze in blad komen. Dus bloei op het kale
hout. Soorten die het niet bepaald moeten hebben van de
afzonderlijke bloemetjes, maar juist van de massaliteit waarmee
ze bloeien. Een overvloed die elke struik als het ware overdekt
met een goudgele waas. Gele kornoelje begint meestal half
februari te bloeien. Het weer moet wel meewerken. In strenge
winters kan dit begin lang uitgesteld worden, soms wel tot half
maart. Het groene chlorofyl in de jongste twijgen zorgt ervoor
dat direct geprofiteerd kan worden van de eerste zonnewarmte. De
eerste gele bloemknopjes vormen dan ook een duidelijk teken dat
de lente aanstaande is.
De bloemetjes van de Gele kornoelje zijn niet meer dan een halve
centimeter groot. Vier piepkleine, driehoekige bloemblaadjes.
Vier roomgele meeldraden steken er parmantig bovenuit. De
bloemetjes staan in een soort schermpje, met ongeveer 10 tot 20
stuks bij elkaar. Door nectarproductie glimmen de bloemetjes een
beetje. Deze nectar is bedoeld om bijen en vliegen aan te
trekken voor hun rol in het bevruchtingsproces. Succes hierbij
is lang niet altijd gegarandeerd. Zoveel insecten wagen zich
immers in februari nog niet op de vleugels. Is alles toch goed
gegaan, dan worden in de loop van de zomer de 1 tot 2 cm grote
vruchten gevormd. Het zijn glanzend rode bessen die er op het
eerste gezicht aantrekkelijk uitzien. De smaak van deze bessen
valt echter tegen. Zuur en wrang. Desondanks waren de bessen van
Gele kornoelje al in de klassieke oudheid gewild. De oude
Grieken en Romeinen selecteerden struiken die de grootste bessen
droegen en plantten er boomgaarden mee vol. De bessen blijken
erg gezond; ze zitten barstens vol vitamine C en zijn heilzaam
voor de maag. Men plant in Oost Europa en op de Balkan nog
steeds kornoeljestruiken in tuinen. De bessen worden in deze
gebieden speciaal gebruikt om kruidendranken, of beter gezegd
plaatselijke kruidenjenever een kenmerkende smaak te geven.
Gele kornoelje groeit vooral in Centraal en Zuidoost Europa. In
Nederland komt de struik alleen van nature voor in de heuvels
van Zuid Limburg. De soort staat als zeer zeldzaam op de Rode
Lijst. Gele kornoelje stelt weinig eisen aan de groeiplaats. Hij
doet het overal goed; hij blijkt zelfs uitstekend bestand tegen
luchtverontreiniging. Het zou daarom helemaal niet vreemd zijn
om Gele kornoelje eens wat vaker aan te planten. De struiken
bieden in het vroege voorjaar een kleurenpracht die
vergelijkbaar is met die van Toverhazelaar. De aanschafkosten
van Gele kornoelje liggen echter beduidend lager.
De aanduiding ‘hij’ wekt wellicht enige verbazing. De
wetenschappelijke benaming geeft de verklaring: Cornus mas. Het
Latijnse cornus betekent ‘hoorn’ of ‘hard als hoorn’. (Denk maar
aan het ijshoorntje Cornetto.) Hout van kornoelje is namelijk
glad én erg hard. Het Latijnse ‘mas’ wil zeggen mannelijk.
Daarom dit keer geen ‘zij’ maar voor de afwisseling ‘hij’.
Eenmaal uitgebloeid, treedt Gele kornoelje de rest van het
groeiseizoen nauwelijks meer op de voorgrond. Tenzij de struik
bessen gaat dragen. Aan de takken verschijnen eivormige
bladeren, 8 tot 10 centimeter lang. Deze bladeren staan steeds
twee aan twee tegenover elkaar. Elk paar verspringt daarbij
telkens met een hoek van 90 o. De bladeren hebben een nervatuur
die karakteristiek zijn voor alle kornoeljesoorten. De zijnerven
lopen namelijk niet door tot aan de bladrand, maar buigen min of
meer evenwijdig af, in de richting van de bladtop. Het blad van
de kornoeljesoorten zijn bijna altijd onbehaard. Het blad van
Gele Kornoelje vormt een uitzondering. De onderkant is
grijsachtig behaard, vooral op de nerven.
Over deze beharing van Gele kornoelje is overigens nog wel een
(kwaad)aardigheid te vertellen. Kinderen proberen elkaar tijdens
hun spel nog wel eens te plagen. Daarbij gebruiken ze ook wel
eens planten. Wie heeft er als kind nooit klissen gegooid tegen
de rug van een van zijn speelkameraden? Of een aar van het
Kruipertje gestopt in de hals van een blouse? Ook met het blad
van Gele kornoelje is onschuldig kattenkwaad uit te halen. Pluk
een handvol bladeren. Verfrommel ze eventjes in je vuist en wijf
daarna met de binnenkant van je handen over je wangen. Het
effect merk je al heel snel. Alsof duizenden naaldjes in je huid
prikken! Net als glaswol. De haartjes van Gele Kornoelje zijn
hiervoor verantwoordelijk. Dit onprettige gevoel verdwijnt
meestal al na een paar tellen. Men kan natuurlijk ook onwetende
speelkameraden met dit effect kennis laten maken.
Een oud Christelijk volksverhaal over Gele kornoelje is de
moeite waard om levend te houden. Deze wekelijkse serie leent
zich hier goed voor. Tot het jaar 33 na Christus waren Gele
kornoeljes grote, hoge bomen. Ze leverden destijds stamhout van
uitstekende kwaliteit. Dit hout was uitermate gewild bij de bouw
van huizen en schepen. Tot de dag waarop Christus gekruisigd
werd. Zijn kruis werd namelijk gemaakt van kornoeljehout.
Soortgenoten schaamden zich diep en wensten dat hun hout nooit
meer voor zoiets gebruikt zou worden. Daarom namen ze het
besluit om vanaf die dag niet meer in de hoogte te groeien. Nog
slechts kronkelige struiken zouden ze vormen. Als beloning voor
deze respectvolle, bescheiden houding mocht de soort voortaan
als een van de eersten in bloei komen. Sindsdien krijgt Gele
kornoelje daarom vroeg in het voorjaar de aandacht die hij echt
verdient
|
|