door dhr Antoon Kuhlmann

Gele kornoelje

 

21 februari

Gele kiloknallers zijn het alle drie. Toverhazelaar, Forsythia en Gele kornoelje. Heestersoorten die aan het eind van de winter bloeien, nog voordat ze in blad komen. Dus bloei op het kale hout. Soorten die het niet bepaald moeten hebben van de afzonderlijke bloemetjes, maar juist van de massaliteit waarmee ze bloeien. Een overvloed die elke struik als het ware overdekt met een goudgele waas. Gele kornoelje begint meestal half februari te bloeien. Het weer moet wel meewerken. In strenge winters kan dit begin lang uitgesteld worden, soms wel tot half maart. Het groene chlorofyl in de jongste twijgen zorgt ervoor dat direct geprofiteerd kan worden van de eerste zonnewarmte. De eerste gele bloemknopjes vormen dan ook een duidelijk teken dat de lente aanstaande is.

De bloemetjes van de Gele kornoelje zijn niet meer dan een halve centimeter groot. Vier piepkleine, driehoekige bloemblaadjes. Vier roomgele meeldraden steken er parmantig bovenuit. De bloemetjes staan in een soort schermpje, met ongeveer 10 tot 20 stuks bij elkaar. Door nectarproductie glimmen de bloemetjes een beetje. Deze nectar is bedoeld om bijen en vliegen aan te trekken voor hun rol in het bevruchtingsproces. Succes hierbij is lang niet altijd gegarandeerd. Zoveel insecten wagen zich immers in februari nog niet op de vleugels. Is alles toch goed gegaan, dan worden in de loop van de zomer de 1 tot 2 cm grote vruchten gevormd. Het zijn glanzend rode bessen die er op het eerste gezicht aantrekkelijk uitzien. De smaak van deze bessen valt echter tegen. Zuur en wrang. Desondanks waren de bessen van Gele kornoelje al in de klassieke oudheid gewild. De oude Grieken en Romeinen selecteerden struiken die de grootste bessen droegen en plantten er boomgaarden mee vol. De bessen blijken erg gezond; ze zitten barstens vol vitamine C en zijn heilzaam voor de maag. Men plant in Oost Europa en op de Balkan nog steeds kornoeljestruiken in tuinen. De bessen worden in deze gebieden speciaal gebruikt om kruidendranken, of beter gezegd plaatselijke kruidenjenever een kenmerkende smaak te geven.
Gele kornoelje groeit vooral in Centraal en Zuidoost Europa. In Nederland komt de struik alleen van nature voor in de heuvels van Zuid Limburg. De soort staat als zeer zeldzaam op de Rode Lijst. Gele kornoelje stelt weinig eisen aan de groeiplaats. Hij doet het overal goed; hij blijkt zelfs uitstekend bestand tegen luchtverontreiniging. Het zou daarom helemaal niet vreemd zijn om Gele kornoelje eens wat vaker aan te planten. De struiken bieden in het vroege voorjaar een kleurenpracht die vergelijkbaar is met die van Toverhazelaar. De aanschafkosten van Gele kornoelje liggen echter beduidend lager.
De aanduiding ‘hij’ wekt wellicht enige verbazing. De wetenschappelijke benaming geeft de verklaring: Cornus mas. Het Latijnse cornus betekent ‘hoorn’ of ‘hard als hoorn’. (Denk maar aan het ijshoorntje Cornetto.) Hout van kornoelje is namelijk glad én erg hard. Het Latijnse ‘mas’ wil zeggen mannelijk. Daarom dit keer geen ‘zij’ maar voor de afwisseling ‘hij’.

Eenmaal uitgebloeid, treedt Gele kornoelje de rest van het groeiseizoen nauwelijks meer op de voorgrond. Tenzij de struik bessen gaat dragen. Aan de takken verschijnen eivormige bladeren, 8 tot 10 centimeter lang. Deze bladeren staan steeds twee aan twee tegenover elkaar. Elk paar verspringt daarbij telkens met een hoek van 90 o. De bladeren hebben een nervatuur die karakteristiek zijn voor alle kornoeljesoorten. De zijnerven lopen namelijk niet door tot aan de bladrand, maar buigen min of meer evenwijdig af, in de richting van de bladtop. Het blad van de kornoeljesoorten zijn bijna altijd onbehaard. Het blad van Gele Kornoelje vormt een uitzondering. De onderkant is grijsachtig behaard, vooral op de nerven.
Over deze beharing van Gele kornoelje is overigens nog wel een (kwaad)aardigheid te vertellen. Kinderen proberen elkaar tijdens hun spel nog wel eens te plagen. Daarbij gebruiken ze ook wel eens planten. Wie heeft er als kind nooit klissen gegooid tegen de rug van een van zijn speelkameraden? Of een aar van het Kruipertje gestopt in de hals van een blouse? Ook met het blad van Gele kornoelje is onschuldig kattenkwaad uit te halen. Pluk een handvol bladeren. Verfrommel ze eventjes in je vuist en wijf daarna met de binnenkant van je handen over je wangen. Het effect merk je al heel snel. Alsof duizenden naaldjes in je huid prikken! Net als glaswol. De haartjes van Gele Kornoelje zijn hiervoor verantwoordelijk. Dit onprettige gevoel verdwijnt meestal al na een paar tellen. Men kan natuurlijk ook onwetende speelkameraden met dit effect kennis laten maken.

Een oud Christelijk volksverhaal over Gele kornoelje is de moeite waard om levend te houden. Deze wekelijkse serie leent zich hier goed voor. Tot het jaar 33 na Christus waren Gele kornoeljes grote, hoge bomen. Ze leverden destijds stamhout van uitstekende kwaliteit. Dit hout was uitermate gewild bij de bouw van huizen en schepen. Tot de dag waarop Christus gekruisigd werd. Zijn kruis werd namelijk gemaakt van kornoeljehout. Soortgenoten schaamden zich diep en wensten dat hun hout nooit meer voor zoiets gebruikt zou worden. Daarom namen ze het besluit om vanaf die dag niet meer in de hoogte te groeien. Nog slechts kronkelige struiken zouden ze vormen. Als beloning voor deze respectvolle, bescheiden houding mocht de soort voortaan als een van de eersten in bloei komen. Sindsdien krijgt Gele kornoelje daarom vroeg in het voorjaar de aandacht die hij echt verdient














 

 

Bloemknoppen vroeg in het voorjaar Jongste takken van Gele kornoeje zijn groen
Bloemknoppen in 'trosjes' Detail miniscule bloemetjes Gele kornoelje

Tegenoverliggende bladeren

Vruchten van Gele kornoelje

 
 

naar Plant v.d. week Archief