|
deze groep ‘naakbloeiers’. De hoofdbloei van Gaspeldoorn
valt in de maanden april en mei. Toch zitten de struiken ook
‘s winters al vol met fraaie gele bloemen. Met een laagje
sneeuw erop, bieden de bloeiende gaspeldoornstruiken een
kleurrijk en vrolijk stemmend geheel. Ze vormen dan een
voorbode van de lente.
Toch is Gaspeldoorn geen echte ‘naaktbloeier’. Schijn
bedriegt. Sterker nog, de soort is eigenlijk wintergroen, al
valt er geen blad aan de struiken te ontdekken. Niet ’s
winters, maar ook niet ’s zomers. Als aanpassing op de
natuur hebben de bladeren van Gaspeldoorn zich in de loop
van duizenden jaren omgevormd tot doornen. Naaldvormige en
vlijmscherpe doornen, meestal grijsgroen van kleur en 1 tot
4 centimeter lang. Deze doornen zitten boordevol met
bladgroen. Dit bladgroen levert ’s winters bij wat hogere
temperaturen genoeg energie om de struiken in bloei te
zetten.
Gaspeldoorn behoort tot de familie van de
Vlinderbloemachtigen. De goudgele bloemetjes lijken sterk op
die van bijvoorbeeld Brem of Gouden regen. Na de bloei
verschijnen bruinrode peulvruchten die circa 2 cm groot
zijn. In deze peulen zitten een rijtje glanzende zaden. De
nieuwe bloemknoppen zijn al in het late najaar te zien. Deze
bolle kogeltjes hebben een bruinviltige bedekking, als een
soort fleecelaag ter bescherming van de winterkou die later
in het jaar ongetwijfeld zal volgen.
De naam Gaspeldoorn is als eeuwenoud. Tijdens de
Middeleeuwen gebruikte men al de naam gaspel. Dit was een
soort haak of gesp om kleding bij elkaar te houden. Men
gebruikte daar ook wel naalden voor. Men was destijds gewoon
om Gaspeldoornstruiken te planten in heggen en hagen. Zo
ontstonden afscheidingen die ondoordringbaar bleken voor de
veestapel. Men was toen helemaal afhankelijk van
doornachtige struiken zoals Meidoorn, Sleedoorn en
Gaspeldoorn. Prikkeldraad bestond namelijk nog niet. Dit
afrasteringsmateriaal werd pas kort voor de Tweede
Wereldoorlog uitgevonden.
Van oudsher werd Gaspeldoorn beschouwd als een uiterst
effectief middel om heksen, duivels en andere boze geesten
af te weren. In sommige gebieden van Europa, zoals in
Ierland, hangt men daarom nog steeds een paar
Gaspeldoorntakken boven de voordeur. Om dezelfde reden
plantte men ook vaak Gaspeldoornstruiken in de buurt van
woningen. Bijkomend voordeel was dat deze struiken zich goed
leenden om hierop het wasgoed te drogen te leggen. Als een
soort alternatieve drooglijn; de doornen hielden het wasgoed
prima vast en wasknijpers waren overbodig.
Gaspeldoorn is een uitgesproken zonaanbidder. De soort geeft
voorkeur aan een plek in de volle zon. Bij lichte
beschaduwing wordt de bloei al snel een stuk minder. Ook
moet de grond het liefst niet te vruchtbaar zijn; arme
zandgrond is gewoonlijk al meer dan voldoende. Gaspeldoorn
groeit van nature in West Europa, in een brede strook langs
de Atlantische kust, van Scandinavië in het noorden tot
Portugal in het zuiden. Inclusief de Britse eilanden en
Ierland. Ook in de Botanische tuin is deze winterbloeier te
bewonderen. Er staan enkele struiken vol grijsgroene doornen
in het heidegedeelte en vlak bij het Alpinum.
De groei van Gaspeldoorn is niet beperkt gebleven tot West
Europa. De plant is tweehonderd jaar geleden ook
overgebracht naar Noord en Zuid Amerika, naar Australië en
Nieuw Zeeland. Deze exportactiviteit bleef niet zonder
gevolgen! In veel van deze gebieden kon de soort zich
explosief ontwikkelen. Zo erg zelfs dat de soort in
bijvoorbeeld in Australië, Nieuw Zeeland en Chili aangemerkt
is als ‘onkruidsoort van nationaal belang’. Verschillende
landen voelden zich genoodzaakt om de oorlog aan deze soort
te verklaren. Hier wordt Gaspeldoorn met zijn venijnige
doornen beschouwd als nationale vijand. Twee zwaarwichtige
redenen heeft men hiervoor. Ten eerste vormen
Gaspeldoornstruiken in bedoelde landen zo’n dicht struweel
dat inheemse plantensoorten geen kans meer zien om te kiemen
en vervolgens tot wasdom te komen. Ten tweede blijft in de
struiken van Gaspeldoorn gemakkelijk veel afgevallen blad en
dor gras hangen. In tijden van droogte zijn
Gaspeldoornstruiken daarom ware brandbommen. Het droge
materiaal vat gemakkelijk vlam. Daarbij komen ook nog eens
gemakkelijk ontvlambare etherische oliën vrij uit de takken
en naalden van Gaspeldoorn. Deze combinatie zorgt er voor
dat bosbranden zich razendsnel kunnen verspreiden. Op
televisie zijn dit langzamerhand overbekende beelden. Het is
goed om te weten dat Gaspeldoorn dit soort natuurcatastrofes
vaak mede in de hand heeft gewerkt. Daarbij heeft
Gaspeldoorn ook nog eens niet echt te lijden van bosbranden.
De bovengrondse delen verbranden weliswaar binnen een paar
tellen, maar kort na de bluswerkzaamheden lopen de struiken
al weer heel snel uit met frisse scheuten vanuit het
wortelstelsel. Als of er niets gebeurd is; het begin van een
nieuwe cyclus. Verschillende landen willen hier paal en perk
aan stellen.
naar Plant v.d.
week Archief |
|
|
 |
|
Bloem en bloemknoppen tegen lage temperaturen viltig
ingepakt |
|
 |
|
|
|
Peulvruchtje Gaspeldoorn |
|
|
 |
|
Bloemknoppen Gaspeldoorn (oktober) |
 |
|
|
|
Bloemknoppen Gaspeldoorn (januari) |
 |
|
Bevroren bloem Gaspeldoorn;
na vorstperiode begint de bloei
weer opnieuw |
 |
|
|
|
|
|